Het absolute nulpunt is de temperatuur van 0 Kelvin of van circa -273,15 graden Celsius. Het is de absolute minimum temperatuur die mogelijk is. Het is onmogelijk deze temperatuur te bereiken, maar met het voortgaan van de techniek kan het absolute nulpunt wel steeds dichter worden genaderd: men spreekt over millikelvin of microkelvin temperaturen. Het absolute nulpunt is bijvoorbeeld te benaderen met het toestel van Boyle.
Materie krijgt bij temperaturen in de buurt van het absolute nulpunt zeer speciale eigenschappen als supergeleiding, helium wordt supervloeibaar. In 2003 lukte het een team van onderzoekers aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) om een temperatuur te bereiken van minder dan 500 picokelvin. Deze temperatuur ontstond bij de vorming van een Bose-Einstein condensaat van natrium atomen.
Atomen gaan langzamer trillen naar mate de temperatuur lager wordt. Bij het absolute nulpunt, wordt vaak geleerd, zouden de atomen volledig stilstaan. Dit is echter niet volledig juist, er blijft altijd nog een nulpuntsbeweging over. Deze nulpuntsbeweging wordt verklaard door de onzekerheidsrelatie van Heisenberg een elementair principe van de kwantummechanica.
Zie ook: Derde wet van de thermodynamica