Tagoror  

Encyclopedie




Adolf Hitler

Adolf Hitler (20 april 1889 - 30 april 1945) was een Duits politicus en dictator. Hitler, geboren in Braunau-am-Inn, Oostenrijk, was de leider van het Duitse Derde Rijk en de aanstichter van de Tweede Wereldoorlog, waardoor vele miljoenen doden zijn gevallen in Europa tussen 1930 en 1945. Tijdens Hitlers regime vond de holocaust plaats.

Table of contents
1 Biografie
2 Het raadsel Hitler
3 De schuldvraag

Biografie

De vader van Hitler, Alois, was in 1837 geboren als de onwettige zoon van Maria Anna Schicklgruber en kreeg daarom de naam van zijn moeder. 5 jaar later huwde Maria Anna met Johann Georg Heidler. Alois Schicklgruber heeft zijn naam later in 1876 of 1877 in het op Heidler gelijkende Hitler veranderd. Hitler wilde in eerste instantie kunstschilder worden maar hij werd afgewezen bij de academie. Hij vertrok in 1913 naar München in Duitsland. In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had Adolf Hitler vier jaar lang meegevochten als soldaat en ordonnans. Hij was een keer of drie gewond geraakt, kreeg beide versies van het IJzeren Kruis en zwaaide uiteindelijk af als korporaal. In november 1918 besloot hij de politiek in de gaan. Die gelegenheid deed zich voor in 1919.

Hitler kwam aan de macht in een tijd waarin het Duitse volk leed onder werkloosheid, armoede en andere gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Via het Verdrag van Versailles was Duitsland gedwongen tot het doen van herstelbetalingen voor de geleden oorlogsschade. Deze verplichting drukte zwaar op het land. Toen bovendien in 1929, net toen Duitsland wat begon op te krabbelen, de beurscrash van New York alle financiële kaartenhuizen deed ineenstorten, greep Hitler zijn kans. In 1933 werd hij benoemd tot bondskanselier van Duitsland. In 1939 begon hij de Tweede Wereldoorlog.

Hitlers Weense tijd

Hitlers eigenlijke beroep was kunstschilder. Hij was in Oostenrijk afgewezen voor zowel de kunstacademie als voor de architectuuropleiding, en wist daar ternauwernood rond te komen. Hij beschilderde ansichtkaarten en landschapjes en verkocht die, en besteedde verder veel tijd aan lezen en op straat slenteren. Hij bezocht verschillende keren het Weense Parlement, waar hij grote verachting en haat ontwikkelde voor de democratie. Het versterkte zijn haat en weerzin tegen de invloed van joden in politiek en samenleving.

Ian Kershaw geeft in zijn uitgebreide Hitler-biografie aan dat het niet duidelijk is waardoor de jodenhaat van Hitler ontstaan is. Hij had joden in zijn kennissenkring maar in een korte tijd werd hij een fanatiek antisemiet.

De jonge Adolf was al in Wenen onder de indruk gekomen het antisemitisme waarmee de toenmalige burgemeester, Karl Lueger, aan de macht was gekomen. Ook de antisemitische beweging van Georg von Schönerer heeft invloed gehad op de jonge Hitler. Tijdens zijn jaren in Wenen en later in München, waar hij volgens eigen zeggen graag mensen en hun gedrag observeerde, nam zijn overtuiging de vorm aan die hij later in al zijn extremiteit zou etaleren. In discussies met andere bewoners van het Weense 'mannenhuis' waar hij af en toe woonde bracht hij zijn standpunten compromisloos naar buiten. Hij praatte om anderen te overtuigen van de juistheid van zijn visie, en hij bleek radicaal en zwart-wit in zijn denken.

Ook ontwikkelde hij in Wenen een sterk Duits nationalistisch gevoel, zoals veel Duitsers in Oostenrijk dat kenden. In zijn denken zou een aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland een zegen voor dat land zijn. Hij zag in het heersende Habsburgse huis een teveel aan schadelijke Slavische, want on-Duitse, invloeden. Ook in het bolsjewisme, marxisme en communisme zag hij een groot kwaad dat bestreden moest worden. Waarschijnlijk vormde zich in Wenen reeds de kern van Hitlers grote ideaal: de idee van 'Eén leider (Adolf Hitler), één wil (die van hemzelf), één volk (het Duits-Arische)'. Al vroeg in zijn politieke carriëre, vanaf 1925 ongeveer, liet hij zich der Führer (de leider) noemen. Hij droomde van het Derde Duitse Rijk (het Dritte Reich), waarin geen plaats zou zijn voor joden en andere door hem verderfelijk geachte groepen in de samenleving, maar waar Duitsers in harmonie en verenigd onder één leider zouden bouwen aan hun toekomst. Later werd duidelijk dat hij in feite absolute wereldheerschappij verlangde, waarin de Duitsers het uitverkoren volk zouden zijn. De omvang van deze grootheidswaan groeide met de mate van zijn succes.

In zijn rassentheorie verheerlijkte Hitler het Arische ras, waarvoor hij lebensraum (leefruimte) wilde creëren; daarvoor had hij vooral het grote Rusland in gedachten. Hij verheerlijkte de idee van de 'edelgermaan'. Wat joden betreft stond hij erop hen een 'ras' te noemen; dit paste bij zijn zuiver/onzuiver bloed-theorie. Hij beschouwde Joods bloed als het 'gif' van de samenleving, wat daaruit geëlimineerd zou moeten worden. Sommige Hitlerverklaarders noemen dit zijn mystiek. Anderen benadrukken meer prozaïsche verklaringen zoals zijn uitgesproken afkeer van het z.g. 'Joodse kapitalisme', zonder dat hij daar specifiek namen bij noemde. Hij creeërde in elk geval een zeer haatdragende en schampere karikatuur van 'de Jood' en vuurde dat af op zijn publiek.

München en de Bierkellerputsch

In de lente van 1913 emigreerde Adolf Hitler naar München in het zuid-Duitse Beieren. Hij ontsnapte daarmee aan de militaire dienst in Oostenrijk. Lafheid was dat waaarschijnlijk niet, want toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, nam hij onmiddellijk enthousiast dienst in het Duitse leger. Een waarschijnlijker reden voor deze overstap was dat hij voor Oostenrijk geen zelfstandige rol meer zag weggelegd; toen al was in zijn denken aansluiting bij Duitsland een onontkomelijk feit.

Tijdens de sovjetopstand in München en de vestiging van de zogenaamde Ratenrepublik in 1919 heeft men vermoedens dat Adolf Hitler heeft deelgenomen aan het oproer. Een document met de naam Hittler (met 2 t's) laat dit vermoeden, al is er nog veel discussie rond dit bij academici omstreden onderwerp. Hoe dan ook, het Freikorps kwam München ontzetten, en de communistische opstand werd in de kiem gesmoord. Opeens dook Hitler op als infiltrant van het leger. Het was in die hoedanigheid dat hij vanaf dat ogenblik bijeenkomsten van kleine politieke groepjes bijwoonde, die als paddestoelen uit de grond schoten na de val van het keizerrijk (ondermeer van de DAP).

In 1919 sloot Hitler zich in München aan bij de toen nog piepkleine Duitse Arbeiderspartij (DAP), opgericht door onder meer de spoorwegbeambte Anton Drexler. Vanwege zijn retorische gaven rees zijn ster snel. Hij wist hoe hij een massa toehoorders moest raken en hypnotiseren, dit in tegenstelling tot zijn onhandigheid in kleine kring. Binnen enkele jaren werd Hitler van een 'niets' een publiek 'iets'. Het ligt voor de hand te concluderen dat hij door deze gave om macht over mensen uit te oefenen ook in eigen ogen steeds groter werd. In 1921 werd hij leider van de partij.

Een bewaard gebleven brief van hem uit 1919 getuigt ervan dat toen al iets van een 'verlosser'-idee in hem aanwezig was: dat hij, Adolf Hitler, de enige was die Duitsland naar een 'wedergeboorte' kon leiden. Ook later zei hij meermalen dat hij geloofde door het 'lot' te zijn voorbestemd voor zijn rol in de geschiedenis. In zijn laatste jaren versterkte zich die overtuiging alleen maar; het was Hitler of de chaos; hij vereenzelvigde Duitsland met zijn eigen levenslot.

Misschien wel de belangrijkste reden die Hitler aangaf voor zijn beslissing politiek actief te worden was de linkse novemberrevolutie van 1918, waarmee de adellijke regenten, inclusief de Duitse keizer Wilhelm II, van hun macht werden ontdaan. Voor veel Duitsers was dit moeilijk te verteren en de democratische Weimarrepubliek van 1919 ondervond dan ook veel tegenstand. Bovendien had naar Hitlers overtuiging deze revolutie Duitsland definitief de nederlaag bezorgd. Hij zag het als zijn missie dat weer recht te zetten. De oorlog die hij in 1939 begon was voor hem een voortzetting van de Eerste Wereldoorlog, om Duitsland alsnog de overwinning te bezorgen over het 'internationale Jodendom'.

Al decennia lang waren elementen van het nationaal-socialisme aanwezig in Duitsland, Oostenrijk en ander Europese landen: nationalisme, anti-Marxistisch socialisme, biologisch antisemitisme, sociaal Darwinisme, racisme, eugenetica. In Duitsland en Oostenrijk ontwikkelden zich populaire Teutoonse varianten van deze elementen, met name antisemitisme, anti-liberalisme en anti-(Joods)kapitalisme. Dit ging gepaard aan een extreme vorm van nationalisme, het zogenaamde völkische nationalisme, met zijn mystieke eigenschappen van een harmonische Duitse sociale en hiërarchische orde. Alleen al in München bestonden in 1920 minstens 15 völkerische verenigingen, de meeste opgericht na de oorlog. Het waren, net als de DAP in het begin, kleine, onbeduidende groepjes, maar ze verspreidden met elkaar een ongelofelijke hoeveelheid propagandamateriaal. Ook werden er op nationaal niveau pogingen gedaan deze groepen te bundelen. In het Sudetische Tratenau bestond sinds 1904 al een nationaal-socialistische partij, die eerst evenals Hitlers partij de Duitse Arbeiderspartij heette, en na WO I haar naam veranderde in de Duitse Nationaalsocialistische Arbeiderspartij, de DNSAP. Ook de partij van Hitler veranderde van naam en werd de NSDAP, de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij. Contacten tussen de twee partijen mondden uit in een samengaan begin jaren '20. Maar de NSDAP bleek in 1923 superieur en in 1926 werden ze samengevoegd als één partij, de NSDAP met een Oostenrijkse en een Duitse tak. Hitler werd de enige leider van beide afdelingen.

Ondanks interne partijstrubbelingen lukte het Hitler de macht te behouden. Door onder meer agressieve publiciteit en Hitlers sprekerstalent groeide het aantal toehoorders spoedig tot enkele duizenden per avond. In plaats van cafés werden nu grote bierhallen afgehuurd voor de samenkomsten en spreekbeurten. De partij-aanhang groeide en daarmee de hoop op verandering. Op 9 november 1923 werd op aandringen van Hitler een slecht georganiseerde poging gedaan de macht in Beieren te grijpen en daarna de Republiek van Weimar omver te werpen. Deze Bierkellerputsch, zoals hij genoemd wordt, begon in een bierhal. Daar stelde Hitler, zwaaiend met een pistool, de nieuwe 'regering' aan de enthousiaste toehoorders voor, terwijl gewapende groepen mannen strategische gebouwen en instellingen in de stad trachtten te veroveren. Ook Ernst Röhm nam deel aan deze putsch, die mislukte en waarbij veertien couplegers en vier politiemensen omkwamen. Hitler werd veroordeeld tot één jaar cel, die hij uitzat in de gevangenis van Landsdorf. Hij benutte die tijd met het schijven van Mein Kampf (mijn strijd). In dit autobiografische boek beschreef hij zijn afkomst en jeugd, zijn tijd in Linz, Wenen en München, de vorming van zijn denken, zijn ideeën en zijn toekomstplannen. Al enkele maanden na zijn vrijlating in 1924 werd het spreekverbod op de partij in München opgeheven. Waar het verbod op de partij nog wel bestond, en dat gold in het begin voor vrijwel heel Duitsland, werd door middel van gewelddadige provocaties geprobeerd 'het nieuws te halen'. Dat lukte vaak. Desondanks werd het verbod in de ene na de andere deelstaat opgeheven. In de media werd steeds meer macht veroverd. Eind jaren '20 kon de NSDAP uitgroeien tot een grote landelijke partij.

Hitler aan de macht

Voor Hitler, als leider van de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij, was toen de weg vrij voor deelname aan de verkiezingsstrijd. In 1928 kwam de partij met 12 zetels in het parlement; in 1932 waren dat er al 232, hoewel Hitler bij de presidentsverkiezingen geen meerderheid van stemmen behaalde. Desondanks, of wellicht dankzij dat feit, werd hij in 1933 door de toenmalige rijkspresident van de Weimarrepubliek, Paul von Hindenburg benoemd tot Rijkskanselier. Hindenburg was van diverse zijden onder druk gezet om Hitler tot Rijkskanselier te benoemen en gaf tenslotte toe. Hindenburg overleed in 1934. Vanaf toen verzwakte Hitler de rol van parlement en regering tot het punt dat hij dictatoriale macht had. In 1938 eigende Hitler zich tevens het opperbevel van de Duitse Wehrmacht toe. Hij verstevigde zijn positie verder met behulp van onder andere Himmlers Gestapo en een goed georganiseerd propagandanetwerk, dat onder leiding stond van Joseph Goebbels. Naast propaganda zag Hitler terreur als een pilaar van de macht. Vanaf de oprichting van de partij tot aan de ondergang was geweld een veelgebruikt middel om oppositie de mond te snoeren. Waren de knokpartijen in het begin soms meer bedoeld om de krant te halen en tegenstander te intimideren, later ging men over tot regelrechte moord op mensen die openlijk tegen Hitler en het nazisme in het geweer kwamen. Hitler vond het belangrijk ook de straat te beheersen.

Nadat Hitler aan de macht gekomen was ging hij over tot de uitvoer van zijn plannen, waaronder de aanleg van een groot Duits wegennet, waar zijn voorganger Franz von Papen al de aanzet toe gegeven had. Hij bezorgde daarmee in één klap honderdduizenden Duitsers weer werk, waardoor zijn populariteit bij de Duitse arbeiders alleen maar toenam.

Een ander actiepunt was de uitbreiding van de ontwikkeling en productie van wapens en ander oorlogstuig. In 1942 zou hij rijksarchitect Albert Speer benoemen tot rijksminister voor bewapening en munitie. Ook na 1943, toen de militaire kansen in de oorlog gekeerd waren, bleef Hitler optimistisch geloven dat nieuw ontwikkelde wapens als een nieuw type vliegtuig, een nieuw type tank en de V-1 en V-2-wapens de rollen weer zouden omdraaien.

Hitlers verordonneerde ook het organiseren van actieve euthanasie op gehandicapten. Pas in 1940 klonken de protesten daartegen zo luid, dat het programma werd gestopt, maar toen had het regime al honderdduizend gehandicapten 'weggezuiverd'.

De Holocaust

{| align="right" | |- align=center |Op 1 april 1933 werd een boycot door
de Nazi's afgekondigd. Op het bord staat te lezen:
Duitsers, verdedig uzelf, koop niet bij joden.
Dit bord hing bij de winkel van Tietz in Berlijn.
Op het raam van de etalage een jodenster.
|} Meteen na zijn aantreden verschenen in openbare ruimten de eerste bordjes 'Voor Joden verboden'. Beroepsverboden werden uitgevaardigd en huwelijkswetten aangepast. Vanaf
1935 (de 'wetten van Neurenberg') was het verboden voor een jood om te trouwen met een niet-jood. Steeds meer Duitse joden gingen over tot emigratie. Anderen werden opgepakt en naar 'werkkampen' gestuurd, wat later de concentratiekampen bleken te zijn. Een van de meest antisemitische Hitlergetrouwen was Julius Streicher, die zich al in de jaren '20 ontpopte tot een vurig propagandist van de haat tegen joden, waar Hitler dankbaar gebruik van maakte.

In de Poolse hoofdstad Warschau werden de daar wonende joden in een ghetto bijeengedreven en later afgevoerd naar de concentratiekampen. Overigens werden ook in totaal een miljoen Polen naar werkkampen getransporteerd, en werden uit alle bezette gebieden in totaal 6 miljoen mannen tussen de 18 en 45 jaar gedwongen tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Dit werd de Arbeitseinsatz genoemd. De rechters van Neurenberg noemden het later 'slavernij'. Toch duurde het nog tot 1942 eer Hitler het bevel gaf tot de totale georganiseerde deportatie en vernietiging van de joden door middel van de concentratiekampen en het gifgas. Dat gebeurde tijdens de Wanseeconferentie, waar Nazileiders bijeen waren gekomen om tot oplossing (Endlösung) van het "jodenvraagstuk" te komen. Besloten werd om 10 miljoen Europese joden systematisch om te brengen. De organisatie daarvan liet Hitler over aan Heydrich en Himmler, de administratie aan Eichmann en de uitvoering aan de talloze officieren, militairen en burgers die door de jaren heen voldoende waren getraind en gehard. Ook zigeuners, homoseksuelen en andere ongewenste groepen mensen werden door dezelfde machinerie vermalen.

De Holocaust zelf was in de omgeving van Hitler een taboe. Een directe link is niet aan te tonen maar het Derde Rijk opereerde sterk op het 'de Führer tegemoet werken': dingen doen waar geen opdracht voor gegeven was maar waar wel de ruimte voor was gegeven en waarvan verondersteld werd dat dit in de geest van de Führer was. Zo kon Hitler (voor zichzelf) schone handen houden. Hitler zelf is nooit in Auschwitz, Buchenwald of Treblinka geweest. Hij nam zelf niet aktief deel aan de Endlösung. Echter, hoewel hij naar buiten toe enigszins voorzichtig leek te manoevreren, heeft hij over zijn bedoelingen ten aanzien van de joden nooit twijfel laten bestaan. Ontelbare keren heeft hij de woorden 'vernietiging' en 'wegvagen' uitgesproken, waarvan tallozen getuige zijn geweest.

Hitler en de oorlog

{| align="right" | |- align=center |Hitler krijgt een ovatie in de Rijksdag
na de annexatie van Oostenrijk.

Berlijn, maart 1938
|} Om zijn grote doelen te bereiken effende Hitler geleidelijk aan doelbewust de weg naar de oorlog. Hij sloot een pact met de Italiaanse
facistische dictator Benito Mussolini. Deze liaison werd de As genoemd. Ook Japan verklaarde zich solidair met Duitsland. De drie landen werden de Asmogendheden genoemd.

Op 7 maart 1936 annexeerde hij het Rijnland, in 1938 gevolgd door Oostenrijk (de anschluss) en (het Tsjechische) Sudentenland. De internationale gemeenschap reageerde tot Hitlers eigen verbazing slechts met diplomatiek geschut. In 1939 sloot Hitler een niet-aanvalsverdrag met de Russische dictator Josef Stalin, maar hij viel later dat jaar onverhoeds Polen binnen. Hierop verklaarden Engeland en Frankrijk aan Duitsland de oorlog, waarmee de Tweede Wereldoorlog een feit was. In snel tempo bezetten de Duitse legers tien Europese landen. Plannen voor verovering van het Kaukasusgebied met Bakoe, om vandaar door te stoten naar Iran en Irak, om daarmee de olievoorraden te beheersen, lagen klaar. Ook had Hitler het in zijn hoofd gezet om via Afghanistan India onder de voet te lopen. Wanneer dat zou lukken, zou de koloniale macht en ook de economische kracht van Engeland worden gebroken. Hongarije, de Balkan en Griekenland waren inbegrepen in de aanvalsplannen. De Duitse veldtochten in Noord-Afrika, tot in Egypte toe, werden aangevoerd door generaal Erwin Rommel. In 1941 begon Hitler aan wat velen beschouwen als zijn grootste vergissing: de invasie van Rusland. Deze mislukte bij Stalingrad; het Oostfront stortte eind 1942 ineen. De Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbour, op 7 december 1941, leidde tot de oorlogsverklaring van de Verenigde Staten aan Duitsland en Japan, en tot georganiseerde deelname aan de oorlog door een geallieerd bondgenootschap. De Verenigde Staten en Engeland leidden de tegenaanval aan het westelijk front en Rusland die aan het oostelijk front. Een andere tegenslag was de val van Mussolini in 1943 en op 20 juli 1944 werd in zijn Pruisische hoofdkwartier Wolfsschanze een bijna-gelukte bomaanslag op Hitler gepleegd door een groep officieren onder leiding van Claus von Stauffenberg.

De invasie in Normandië (D-Day), in de zomer van 1944, leidde de bevrijding in van de bezette West-Europese gebieden. In mei 1945 gaf Duitsland zich over. Hitler voelde zich door zijn generaals verraden en ook door het Duitse volk, die in zijn ogen in haar historische missie had gefaald. Op 30 april 1945 pleegde hij, waarschijnlijk door het innemen van gif en een kogel door het hoofd, zelfmoord in zijn ondergrondse bunker in Berlijn, samen met Eva Braun, met wie hij uren tevoren gehuwd was. Ook een aantal van zijn medewerkers benam zich daarna het leven.

Het raadsel Hitler

Het blijft, ook voor de grootste kenner, een groot raadsel hoe deze op het oog mislukte man, die 'halfbakken kunstenaar en straatzwerver, dat korporaaltje', een dergelijke macht over mensen heeft kunnen krijgen en houden, hoe hij dit hele drama heeft kunnen ontketenen en waarom hij dat niet alleen wilde, maar ook nog deed.

Talloze Hitlerverklaarders hebben zich het hoofd gebroken over de mogelijke motivatie en psyche van de man die deze onvoorstelbare visie niet alleen had, maar ook per se wilde uitvoeren. Een scala aan meningen is het resultaat, van 'Hitler was een toneelspeler, leugenaar, charlatan' (Bullock) tot 'Hitler was een duivel, een monster' of 'Hitler was een seksueel gefrustreerde psychopaat' (Bromberg, Small, Kurth), maar ook 'Hitler geloofde oprecht dat hij deed wat goed was' (Trevor-Roper).

De schuldvraag

Ook de uiteindelijke schuldvraag is grondig onderzocht, maar ook daarover bestaan veel verschillende meningen, van 'zonder Hitler geen holocaust' (Dawidowicz), tot 'het is de schuld van het christendom' (Maccoby) en zelfs 'het is wellicht de schuld van de joden zelf' (zonder joden geen holocaust) (Steiner) en 'het is de schuld van de Duitsers'(Goldhagen). Ook hebben velen voorzichtig of minder voorzichtig met de vinger naar God gewezen (Fackenheim, Bauer).

Meningen die geheel van de bovenstaande verschillen komen onder andere van Claude Lanzmann, die vindt dat elke verklaring de enormiteit van Hitlers schuld verdoezelt, en van Louis Micheels, die zich afvraagt of de 'waarom'-vraag wel gesteld moet worden. De meest afwijkende mening komt echter van David Irving, die de holocaust als een 'mythe' betitelt en die dan ook prompt een schare bewonderaars achter zich kreeg uit Neo-nazistische kringen.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.