Anna Boleyn, (1507? – Londen, 19 mei 1536) was de tweede vrouw van Hendrik VIII en koningin van Engeland van 1533 tot 1536.
Zij was de dochter van Thomas Boleyn, graaf van Wiltshire, en Elizabeth Howard, dochter van de tweede hertog van Norfolk. Haar geboortejaar is onzeker, en zou ook 1502 kunnen zijn. Haar vader bracht haar onder de hoede van Margaret, de aartshertogin van Oostenrijk en dochter van Maximiliaan I, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Van het voorjaar van 1513 tot de herfst van 1514 woonde zij in de Nederlanden, daarna enige jaren in Frankrijk.
Na haar terugkeer naar Engeland werd zij, naar wordt aangenomen, hofdame van Mary Tudor, de zuster van Hendrik VIII en voormalig gemalin van de Franse koning. In het voorjaar van 1523 verloofde zij zich met Lord Henry Percy, de toekomstige 6e graaf van Northumberland. Toen diens vader ervan hoorde via kardinaal Thomas Wolsey, keurde hij een huwelijk af.
Het volgende bericht over Anna stamt uit 1527, toen zij hofdame was van Hendriks eerste echtgenote Catharina van Aragón. Sinds 1525 schijnt Hendrik amoureuze betrekkingen met Anna te hebben onderhouden, die in 1527 algemeen bekend werden. Zij nam geen genoegen met alleen maar de positie van maitresse.
Nadat de met de paus gevoerde onderhandelingen over de scheiding van Hendrik VIII en Catharina waren mislukt (zij kon hem geen mannelijke nakomelingen schenken), verstootte Hendrik zijn eerste vrouw in 1531 en trouwde in het geheim met Anna Boleyn. Na de uiteindelijke nietigverklaring van het eerste huwelijk met Catharina van Aragon werd Anna Boleyn in juni gekroond. In september schonk zij het leven aan haar dochter Elizabeth, de latere koningin Elizabeth I, maar toen had Hendrik alweer genoeg van haar, mogelijk vanwege zijn nieuwe liefde voor Jane Seymour. In mei 1536 werd zij gearresteerd en overgebracht naar de Tower of London op beschuldiging van overspel en incest en werden haar vijf zogenaamde minnaars en (twee dagen later) zij zelf onthoofd. Volgens historici was zij niet geheel onschuldig en had zij geen hoogstaand karakter.
De laatste woorden van Anna Boleyn waren, vlak voor haar executie:
''Good Christian people, I am come hither to die, for according to the law, and by the law I am judged to die, and therefore I will speak nothing against it. I am come hither to accuse no man, nor to speak anything of that, whereof I am accused and condemned to die, but I pray God save the king and send him long to reign over you, for a gentler nor a more merciful prince was there never: and to me he was ever a good, a gentle and sovereign lord. And if any person will meddle of my cause, I require them to judge the best. And thus I take my leave of the world and of you all, and I heartily desire you all to pray for me. O Lord have mercy on me, to God I commend my soul.
Na te zijn geblinddoekt, en knielend bij het blok, herhaalde ze een aantal malen:
To Jesus Christ I commend my soul; Lord Jesu receive my soul.