Aphrodite's overspel
Zijzelf bleef daarbij echter niet achter: hoewel ze gehuwd was met de manke god Hephaestus, knoopte ze een relatie aan met Ares. Dit pikante verhaal wordt door Homerus in zijn Ilias als volgt verteld: Hephaestus verneemt van Helios, de god van de zon, die alles ziet, dat zijn vrouw hem bedriegt met Ares en besluit hen in de val te lokken.
Hephaestus, de vulkaangod en de god van de smeden, smeedt een onzichtbaar magisch net met een ingewikkelde bediening en doet het voorkomen alsof hij naar het eiland Lemnos gaat. 's Nachts, als Ares naar het bed van Aphrodite komt, werpt hij dit net over hen heen, juist op het beslissende moment, zodat zij zich niet meer kunnen bewegen. Dan roept hij onmiddellijk alle Olympische goden en Zeus erbij om zijn beklag te doen. De godinnen schaamden zich voor dit feit en kwamen niet, maar de goden waren enthousiast Apollo zei zelfs lachend tegen Hermes dat Hephaestus dan mank mocht zijn maar het toch maar prima voor elkaar had gekregen om hen op heterdaad te betrappen en Ares in een moeilijk parket te brengen, door hem zo te kijk te zetten voor alle goden. Zou jij zo voor gek gezet willen worden? vroeg hij hem.
Hermes, handig als altijd, antwoordde dat hij wilde dat hij in de plaats van Ares was en een relatie met Aphrodite had, dan mochten ze hem met drie kettingen vastbinden en te kijk zetten niet alleen voor alle goden, maar met alle godinnen er nog bij! En zo liep deze geschiedenis met veel goddelijk gelach af, volgens de overlevering van Homerus.
Kinderen van Aphrodite
Hoe het ook zij, uit deze verhouding met Ares baarde Aphrodite de kinderen Eros, Deimus, Phobus en Harmonia. Behalve met Ares had Aphrodite echter nog verhoudingen met andere mannen zoals met de uitermate knappe Adonis, en met Anchises, waarvan ze zoon Aeneas kreeg, die toen Troje verwoest werd door haar toedoen gered werd en met zijn familie kon ontkomen. Aphrodite hield van rozen en mirte, terwijl haar voertuig getrokken werd door een koppel duiven, haar meest geliefde vogels.
Zie ook: Lijst van goden en godinnen