Tagoror  

Encyclopedie




Atoombom

Een atoombom (ook wel kernbom, kernwapen of atoomwapen) is een type wapen dat gebruik maakt van de energie die is opgeslagen in de kernen van atomen om een ontploffing te veroorzaken.

Hoewel alle atoombommen gebaseerd zijn op het ontketenen van een atomaire kettingreactie, zijn er een aantal verschillende soorten te onderscheiden. De belangrijkste is die tussen bommen die gebruik maken van kernsplijting en bommen die gebruik maken van kernfusie. Voor beide typen kunnen verschillende isotopen worden gebruikt.

Kernsplijtingsbommen

Een uranium-bom is gebaseerd op het bijeenvoegen en lang genoeg bij elkaar houden van een voldoende massa verrijkt uranium, d.w.z. uranium waar kunstmatig de isotoop 235U in veel grotere mate voorkomt dan in de natuur het geval is. Deze isotoop kan spontaan uiteen vallen, waarbij naast een grote hoeveelheid energie ook enige neutronen vrijkomen. Deze neutronen kunnen botsen met andere 235U kernen en daar ook splijting op gang brengen. Mits er voldoende metaal aanwezig is (meer dan de kritische massa, dat is een massa waarin per splijtingsreactie precies 1 nieuw splijting ontstaat), en er daardoor per splijting gemiddeld meer dan 1 nieuwe splijting wordt opgewekt (een superkritische hoeveelheid), ontstaat er dan door de uit de hand lopende kettingreactie een ontploffing. Bij deze ontploffing wordt de dichtheid van het materiaal snel kleiner waardoor de kritische dichtheid altijd heel snel weer verloren gaat. Als geen speciale maatregelen worden genomen wordt slechts een klein percentage van de aanwezige splijtbare kernen ook daadwerkelijk gespleten gedurende de ca. 1000 nanoseconden dat de kritische massa bij elkaar is. Het zo hoog mogelijk maken van dit percentage en daarmee gerelateerd het zo lang mogelijk bij elkaar houden van de kritische massa is een van de belangrijkste technische problemen bij het ontwerp van een atoombom. De eerste atoombommen hadden een rendement van slechts 2%. Door inzet van Beryllium als neutronenreflector en door het inspuiten van een klein beetje deuterium of tritium in het te splijten materiaal (bij de zo geënduceerde kernfusie komen ook geschikte neutronen vrij) wordt in modernere atoombommen een veel hoger rendement (in de orde van 20%) gehaald, en wordt bovendien de benodigde hoeveelheid van de splijtbare isotoop kleiner.

Een plutonium-bom werkt volgens hetzelfde principe als een uraniumbom, maar men gebruikt daarvoor het element plutonium dat verkregen wordt door in een kernreactor een andere natuurlijke uranium isotoop 238U aan neutronen bloot te stellen.

Het bereiken van de kritische massa kan op verschillende manieren. Eén manier is het inschieten van een kleine hoeveelheid splijtstof in een subkritische massa waardoor de kritische massa wordt bereikt. Een andere methode is de implosie: een subkritische massa wordt door een conventionele explosie sterk samengepakt waardoor de neutronen-efficiency toeneemt en de massa superkritisch wordt.

Kernfusiebommen

De waterstof-bom werkt volgens een ander principe. Hier is niet kernsplijting maar kernversmelting van waterstofisotopen zoals deuterium en tritium tot zwaardere elementen de drijvende kracht. Dit is hetzelfde proces dat de zon doet stralen. Overigens is de enige bekende manier om een voldoende hoge druk en temperatuur te bereiken om in een bom tot kernfusie te komen het ontsteken van een kernsplijtingsbon als detonator.

Eerste gebruik

Het eerste kernwapen dat in oorlogstijd is ingezet was de uraniumbom 'little boy' die door de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog op 6 augustus 1945 op Hiroshima in Japan is gegooid. Deze bom had een explosieve kracht die equivalent was aan ongeveer 12,5 kiloton TNT. 70.000-80.000 mensen werden gedood. Op 9 augustus 1945 werd een plutoniumbom ('fat man')op Nagasaki, waarbij 35.000-40.000 doden vielen hoewel de explosieve kracht van die laatste bom groter was (21 kiloton). Bij beide explosies is ook een grote hoeveelheid radioactiviteit vrijgekomen die nog tot lang na de Tweede Wereldoorlog veel dodelijke slachtoffers heeft gemaakt.

Geschiedenis

test van een atoombom in de VS, 1951
De eerste kernsplijtingsbommen werden gemaakt in de VS waar in
1939 een project (het Manhattan project) was gestart om ze te ontwerpen en om voldoende splijtbaar materiaal te produceren. De eerste testontploffing (trinity test) was in de woestijn van New Mexico op 16 juli 1945 om 5:29:45. Explosieve kracht ongeveer 18 kiloton. Veel bekende wetenschappers, vooral natuurkundigen en wiskundigen, werkten mee in het team dat de bom ontwierp. (Enrico Fermi, Robert Oppenheimer, Richard Feynman, John von Neumann, Murray Gell-Mann, Edward Teller en anderen) Een twintigtal van de mensen die aan de atoombom hebben bijgedragen heeft zelfs voor of na die tijd een Nobelprijs gewonnen.

De latere waterstofbommen zijn van een nog veel grotere vernietigende kracht. Bovendien komt bij de ontploffing veel radioactiviteit vrij, in de vorm van direkte radioactieve straling, maar ook in de vorm van langlevende isotopen, welke zeer schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit zijn de redenen dat de beide supermogendheden, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie bij de wapenwedloop tijdens Koude oorlog wel veel atoombommen hebben geproduceerd, maar hebben afgezien van het voeren van een direkte oorlog. Dit noemt men de afschrikkende werking van de kernwapens.

Externe verwijzingen




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.