Babylon is een voormalige stad in het Midden-Oosten (het huidige Irak); deze spelling is de Griekse vorm van Babel (Semitische vorm Babilu), wat "de poort van God" betekent. Op de Assyrische tabletten betekent het "de stad van de verspreiding der stammen".
De monumentale lijst van zijn koningen reikt terug in de tijd tot circa 2300 v. Chr. en bevat onder andere Hammurabi (mogelijk de Amraphel uit het Bijbelboek Genesis en dan dus een tijdgenoot van Abraham). De stad was gevestigd aan de rivier de Eufraat, ongeveer 300 kilometer stroomopwaarts van zijn samenloop met de Tigris. De Eufraat stroomde door zijn centrum en deelde de stad in twee bijna gelijke delen.
De Elamieten vielen Chaldea binnen (te weten: Lager Mesopotamië, ook Shinar geheten, en Hoger Mesopotamië, ook Akkad geheten, tegenwoordig verenigd) en heersten over de stad. Ten slotte wist Hammurabi de stad uit de greep van zijn veroveraars te halen en startte het nieuwe koninkrijk Chaldea, waarvan Babylon de hoofdstad werd.
De stad groeide snel in omvang en aanzien, maar werd in de loop van de tijd onderhorig aan Assyrië. Met de val van Ninivé (606 v. Chr) wierp hij het Assyrische juk af en werd de hoofdstad van het groeiende Babylonische rijk. Onder Nebukadnezar werd hij een van de schitterendste steden van de oudheid. De stad was thuis voor de Hangende tuinen van Babylon, een van de zeven wereldwonderen.
In 538 v. Chr werd de stad bezet door Cyrus, "koning van Perzie" en was daarmee niet langer hoofdstad van een rijk. Keer op keer werd Babylon bezocht door vijandelijke legers, tot al zijn inwoners verdreven waren en de stad een woestenij geworden was.
Voor de Bijbelse vermeldingen van Babylon, zie Babel.