Geschiedenis
Beide oevers van de Donau werden al door de Romeinen bewoond: op de plaats van het huidige stadsdeel Óbuda lag Aquincum, en op de plaats van Pest het kleinere Contra-Aquincum. De Hongaren verschenen pas eeuwen later, tegen het jaar 900. Boeda, dat strategisch op een heuvel ligt, kreeg in 1247 een kasteel en werd in 1361 de hoofdstad van het koninkrijk Hongarije. Onder koning Matthias (Mátyás) maakten Hongarije en Boeda een bloeitijd door.
Daaraan kwam een eind met de verovering door de Turken, die het Hongaarse koninkrijk in 1526 een vernietigende slag toebrachten en de vesting Boeda in 1541 innamen. De stad was vanaf 1686 in Oostenrijkse handen. In 1787 komt Hongarije onder Habsburgs bewind, dat tot 1918 aan de macht blijft, zij het dat vanaf 1867 Oostenrijk en Hongarije gelijkwaardige partners zijn binnen Oostenrijk-Hongarije. In deze periode maakt met name Pest een enorme groei door. De bevolking bedroeg rond 1900 730.000 zielen.
De twintigste eeuw bracht nieuwe stadsuitbreidingen (Újpest, Kispest, Angyalföld), maar vooral dramatische gebeurtenissen als de deportatie en vernietiging van grote delen van de omvangrijke joodse gemeenschap (in zeer korte tijd, pas in 1944 werd de stad door de nazi's bezet), de bevrijding (maar feitelijk nieuwe bezetting) door de Sovjet-Unie en het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956 door diezelfde Sovjet-Unie. Deze gebeurtenissen hebben alle hun sporen in het stadsbeeld nagelaten.
Sinds in 1989 in Boedapest de Republiek Hongarije werd uitgeroepen, is de stad het decor van ingrijpende hervormingen. De terugkeer van de markteconomie heeft het stadsbeeld zeer verlevendigd. De bevolking van de stad is in deze periode verder afgenomen (het hoogtepunt ligt in dit opzicht aan het begin van de jaren '80).
Stadsbeeld