Gaius, bijgenaamd Caligula (31 augustus 12-24 januari 41), was de derde keizer van het Romeinse rijk. Hij volgde in het jaar 37 keizer Tiberius op. Zijn volledige naam was Gaius Julius Caesar Germanicus; als keizer werd zijn officiele naam Gaius Caesar Augustus Germanicus. Hij was de jongste zoon van Germanicus en Agrippina de Oudere. Caligula was nog vrij jong en opgegroeid in soldatenkampementen en aan een hof waar iemand vermoorden vrij alledaags was. Onder soldaten was hij populair en daar komt ook zijn bijnaam Caligula (soldatenlaarsje, van het Latijn caligae=soldatensandaal) vandaan. Overigens werd deze in zijn eigen tijd zelden gebruikt, maar door latere historici is de bijnaam zo populair gemaakt dat deze vrijwel de echte naam verdrongen heeft.
Gaius ontpopte zich als een bizar en tyranniek heerser. Een van de verklaringen voor zijn schrikbewind is de afschuwlijke jeugd die hij moet hebben gehad aangezien hij werd opgevoed door de moordenaar van zijn naaste verwanten: eerst zijn vader Germanicus in het jaar 19, later, in 33, zijn moeder Agrippina de Oudere, die jarenlang opkwam voor haar vermoorde echtgenoot en Tiberius verantwoordelijk stelde en in ballingschap een hongerdood stierf, en tenslotte zijn oudere broers, Nero en Drusus. Dat hij zelf niet door Tiberius vermoord is heeft hij te danken aan het feit dat hij nog te jong was om een direct gevaar te vormen toen Tiberius, onder invloed van Sejanus, de moorden liet uitvoeren.
Sestertius uitgegeven in jaar 37 ter nagedachtenis aan Agrippina de Oudere, moeder van Gaius "Caligula". Links het portret van Agrippina, rechts (keerzijde) de praalwagen met haar as. |
Het is evident dat hij onder deze bizarre opvoeding heeft geleden. Dat blijkt ook uit een van zijn eerste daden als keizer: Hij liet de as van zijn moeder overkomen en in een praalwagen door heel Rome paraderen. Hij liet een munt slaan om deze gebeurtenis te vereeuwigen (MEMORIAE AGRIPPINAE - ter nagedachtenis aan Agrippina). Hij liet eveneens de as van zijn beide broers overkomen en liet ook van hen munten slaan, evenals van zijn vader.
In de eerste maanden van zijn bewind was hij een veelbelovende keizer, een verademing na het terreurbewind van Tiberius. Hij was zelfs zo vrijgevig dat na negen maanden de staatskist (door Tiberius tot de rand gevuld) volledig leeg was. Na een ernstige ziekte begon hij echter duidelijke tekenen van waanzin te vertonen en de jonge keizer veranderde in een nietsontziende moordenaar. Vanaf die tijd kenmerkten grootheidswaanzin, willekeur en wreedheid zijn regering. Iedereen die maar geld had werd gerechtelijk vermoord, tot koningen van bevriende mogendheden toe. Ook zijn campagne in Gallia was niets anders dan een plundertocht onder brave onderdanen. Zijn uiteindelijke opvolger Claudius werd belast met de verovering van Britannia en slaagde daar ook in.
In 41 werden hij, zijn vrouw en zijn tweejarig dochtertje vermoord, en daarmee was de Juliaanse familie uitgestorven.
Het leven van Gaius 'Caligula' en Claudius is het onderwerp van de historische romans I, Claudius (Ik, Claudius) en Claudius the God (Claudius de god) van Robert Graves die een goed beeld geven van de tijd, hoewel historici wel kanttekeningen plaatsen bij sommige details.
In 2003 zijn op Forum Romanum overblijfselen van de residentie van keizer Gaius gevonden.