In een dictatuur heeft doorgaans één persoon, de dictator, het voor het zeggen. Er is duidelijk sprake van systematische onderdrukking van andersdenkenden en tegenstanders van de dictator. In het algemeen is een dictatuur het tegenovergestelde van een democratie. Meestal gaat een dictatuur gepaard met misstanden, zelfverrijking van de dictator, en het buiten gevecht stellen (gevangen nemen of vermoorden) van mensen met ideeën die afwijken van die van de dictator. Naast de eenpersoonsdictaturen zijn er ook dictaturen waarin een kleine groep mensen het voor het zeggen heeft. Voorbeelden zijn de diverse junta's die in Zuid-Amerika aan de macht zijn geweest, o.a. in Argentinië.
Vaak komen dictaturen tot stand door een militaire staatsgreep.
In sommige gevallen, zoals bijvoorbeeld Adolf Hitler in Nazi-Duitsland, kan een dictator een democratisch gekozen persoon zijn. Eenmaal aan de macht schakelde Hitler de democratische instituties uit.
Bij de meeste oorlogen die in de 20e eeuw en 21e eeuw in de wereld zijn gevoerd, was ten minste één dictatuur betrokken.
Herkomst van het woord
Het woord komt van het Latijnse werkwoord dicere, wat zeggen of spreken betekent. In het oude Rome benoemde de Senaat soms in noodsituaties iemand tot dictator. Die persoon had dan voor bepaalde duur alle macht - hij had het letterlijk voor het zeggen. Tot zijn bevoegdheden behoorde ook het beschikken over leven en dood.