Genocide is stelselmatige uitroeiing van een etnische bevolkingsgroep, een volk, een ras. De term wordt algemeen toegepast op bijvoorbeeld de georganiseerde moord door Duitsers op 6 miljoen joden en duizenden zigeuners, homoseksuelen en gehandicapten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ook de moord op ongeveer anderhalf van de twee miljoen Armeniërs (de Armeense Genocide) door de Turken wordt als 'genocide' betiteld. De Turkse regering ontkent overigens nog altijd dat hier van genocide sprake was. Op de praktisch complete uitroeiing van de oorspronkelijke indiaanse bevolking van Noord- en Zuid-Amerika wordt deze term ook toegepast.
Tijdens de Anfal in Irak liet Saddam Hussein door zijn neef Ali al-Majid, bijgenaamd 'Chemic Ali', naar schatting 100,000 Koerden vermoorden, waaronder waren vele kinderen en vrouwen. Zij werden gedood door middel van executies of met mosterdgas.
In 1994 woedde in Rwanda een hevige stammenoorlog, waarbij 800.000 Hutu's en Tutsi's elkaar afslachtten, hetgeen eveneens het predikaat 'genocide' kreeg.
Een nog recenter geval van genocide is de moord op 7.000 moslimjongens en -mannen uit de enclave Srebrenica in Bosnië-Herzegovina, op 11 juli 1995 en de dagen daarna, door Bosnisch-Servische militairen.
Verwant onderwerp: Racisme