Georges Pierre Seurat (2 december 1859 - 29 maart 1891) was een Frans schilder en tekenaar. Hij studeerde aan de Ecole des Beaux-Arts in 1878 and 1879. Zijn leermeester was een volgeling van Jean-Auguste-Dominique Ingres. De jonge Seurat werd strek beinvloed door Rembrandt en Francisco de Goya. Hij verliet de Ecole des Beaux-Arts in 1879 om in militaire dienst te gaan in Brest. Daar tekende hij scenes van de stranden en de zee. Een jaar later keerde hij terug naar Parijs en studeerde bij Lehmann. Zijn stijl was echter onconventioneel en spoedig verliet hij de school. In die tijd deelde Seurat een studio met Edmond-Francois Aman-Jean en in 1881 reisden zij samen naar het eiland La Grande Jatte. Daar deed Seurat inspiratie op voor vele van zijn komende werken.
Samen met Paul Signac legde hij zich toe op de theoretische grondslagen van de kleurwerking. Hij was de grondlegger van de 19e-eeuwse school van het neo-impressionisme. Zijn techniek van de weergave van licht door gebruik te maken van kleine penseelstreken met contrasterende kleuren werd bekend als pointillisme of divisionisme. Zijn theorie dat de kleine stippen zich van enige afstand bezien in het oog van de toeschouwer vermengen, toetste hij voor het eerst in het grote doek La baignade à Asnières (1883-1884; National Gallery, Londen), waarbij de kleuren zelf nog wel gemengd waren. In volgende werken, o.m. het grote doek Dimanche d'été à la Grande Jatte (1885; Art Institute, Chicago), plaatste hij onvermengde kleuren naast elkaar, een werkwijze die kenmerkend is voor het neo-impressionisme, waarvan hij een markant vertegenwoordiger is. Seurat schilderde behalve een aantal grote stukken vooral landschappen, enkele genrestukken en portretten. Zijn vormgeving is evenwichtig, strak en geometrisch van opbouw. Niet alleen in technisch opzicht maar ook naar de sfeer onderscheidt de stijl van Seurat zich van het impressionisme onder andere doordat hij al spoedig geen aandacht meer schonk aan het natuurlijke licht maar de meeste van zijn grote werken in zijn atelier vervaardigde. In zijn latere werk op groot formaat, Le chahut (1889-1890; Rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo), en Le cirque (1891; onvoltooid; Musée du Louvre, Parijs), concentreerde hij zich vooral op het weergeven van beweging.