Onafhankelijkheid en deling
Cyprus was sinds 1925 een kroonkolonie van het Verenigd Koninkrijk. De Britten begonnen in de jaren '50 gesprekken over meer autonomie, maar raakten hierover in conflict met de Grieks-Cyprioten. Onder de laatsten overheerste het streven naar aansluiting bij Griekenland, de enosis-gedachte. Politiek leider van de Grieks-Cyprioten was aartsbisschop Makarios III. Aanslagen van de pro-Griekse terreurbeweging EOKA, geleid door Georgios Grivas, escaleerden in 1955 tot een guerrilla-oorlog. Makarios werd in 1956 door de Britten verbannen naar de Seychellen, maar de strijd duurde voort tot in 1959 een akkoord werd bereikt over de toekomst van het eiland. Op 16 augustus 1960 werd het land onafhankelijk; Makarios werd gekozen tot eerste president. Groot-Brittannië behield enkele militaire bases, en de belangen van de Turkse minderheid werden gewaarborgd in de grondwet.
De machtsdeling tussen Grieken en Turken bleek onwerkbaar. Gewapende incidenten escaleerden in 1963 tot een burgeroorlog; de Verenigde Naties stuurden in 1964 een vredesmacht die erin slaagde de situatie enigszins te stabiliseren. Nicosia raakte verdeeld in een Grieks en een Turks deel, gescheiden door de zgn. Groene Lijn. Makarios, in 1968 en 1973 herkozen, kreeg steeds meer te kampen met oppositie in eigen kring, vooral aangewakkerd vanuit Griekenland waar sinds 1967 militairen aan de macht waren. Vanaf 1971 voerde Grivas weer terreurcampagnes uit, ditmaal met EOKA-B en gericht tegen voorstanders van de onafhankelijkheid. Op 15 juli 1974 pleegde het door enosis-aanhangers geïnfiltreerde leger een staatsgreep. Makarios vluchtte. Turkije reageerde op 20 juli op een verzoek om steun van de Turks-Cypriotische vice-president Rauf Denktasj, met een landing, die na mislukte onderhandelingen gevolgd werd door een bezetting van ca. 36% van het eiland. Grieken vluchtten naar het Griekse deel, Turken naar het Turkse. Sindsdien bestaat het eiland uit twee delen, en wordt de grens voor een deel bewaakt door VN-troepen.
Makarios keerde eind 1974 terug in het Griekse deel en bleef daar tot zijn dood in 1977 president. In het noorden werd in 1975 de 'Turks-Cyprische Federale Staat' uitgeroepen, die in 1983 omgedoopt werd in de alleen door Turkije erkende Turkse Republiek van Noord-Cyprus (TRNC). Denktasj is daar sinds 1975 president. Vanuit Turkije vestigden zich in de loop der jaren duizenden Turken in de TRNC, die zich mede daardoor steeds meer op Turkije ging oriënteren.
De VN en de EU
De VN proberen sinds 1974 de twee partijen tot toenadering te bewegen, tot op heden zonder veel succes. Een voorstel om tot een staatsvorm te komen naar Zwitsers model, alom beschouwd als een ultieme poging van de VN, werd begin 2003 door Denktasj afgewezen. Een akkoord werd als noodzakelijk beschouwd omdat de Europese Unie in december 2002 Cyprus had uitgenodigd in 2004 toe te treden. De EU zag het liefst een herenigd Cyprus als nieuw lid. In de TRNC gingen veel mensen de straat op om voor hereniging te demonstreren.
Denktasj verraste in april 2003 vriend en vijand door een aantal reisbeperkingen op te heffen, waardoor voor het eerst sinds 1974 Grieken en Turken elkaars landsdelen konden bezoeken.