Tagoror  

Encyclopedie




Geschiedenis van Cyprus

Geschiedenis van Cyprus

Table of contents
1 Opgravingen / minoische tijd
2 Contacten met Phoenicië
3 De Assyriërs
4 De Egyptenaren
5 De Perzen
6 Griekse tijd
7 Romeinse tijd
8 Arabieren en Byzantijnen
9 Kruisvaarders
10 Ottomanen
11 Britten
12 Onafhankelijkheid en deling
13 De VN en de EU

Opgravingen / minoische tijd

Er werd koper gevonden en daardoor was het eiland al vroeg in het Midden-Oosten bekend. De stad Ugarit fungeerde tot de brandkatastrofe, die Cyprus zwaar trof en Ugarit verwoestte als afzethaven voor het koper van Cyprus. Sargon van Akkad beweert er voet aan wal gezet te hebben

Contacten met Phoenicië

De Assyriërs

Er is zowel van Sargon II (709 v. Chr) als van Esarhaddon (673 v. Chr) bekend dat zij van de koningen van Cyprus tribuut ontvingen en dat zij het Assyrische oppergezag erkenden. Sennacherib had Cyprioten in dienst om zijn vloot te bemannen. De werkelijke macht op het eiland werd echter uitgeoefend door de koningen van de afzonderlijke stadstaten, hoewel er van 673 - 669 v. Chr Assyriërs op het eiland waren.

De Egyptenaren

Van 560 v. Chr-545 v. Chr had Egypte het oppergezag over het eiland hoewel de lokale vorsten wederom grotendeels hun eigen zaken konden regelen. Farao Amasis kreeg echter wel de beschikking over de machtige Cypriotische vloot en dat versterkte de positie van Egypte in Syrië en Palestina aanzienlijk.

De Perzen

In 545 v. Chr erkenden de koningen van Cyprus het gezag van het Perzische Rijk van Cyrus II en in 525 v. Chr werd het eiland daadwerkelijk bezet. Nadien herwon het zijn autonomie maar bleef onder Perzische invloed. Dit hield bijvoorbeeld in dat Cyprus een belangrijke bijdrage tot de Perzische vloot bleef leveren. In 450 v. Chr zond Cimon van Athene een vloot om daar verandering in te brengen, maar dit liep op niets uit. Bij de vrede van 448 v. Chr bleef het eiland in Perzsiche handen.

Griekse tijd

Rond 425 v. Chr was Baalmilk II (zoon van Azbaal, zoon van Baalmilk I) koning van Citium en Idalium. Daarna greep een Phoenicische balling Abdemon de macht. Er kwam verzet uit de Griekse hoek en Evagoras I slaagde er in 411 koning van Salamis te worden en daarmee de facto despoot van het eiland. Dit vormde een bedreiging voor de Perzen omdat Evagoras zich al snel ook met de Phoenicische politiek ging bemoeien.

Bij de komst van Alexander de Grote steunden de Grieken van het eiland zijn veldtocht en bij de verdeling van het rijk onder de Diadochen werd Cyprus onderdeel van het (Hellenistische) rijk van Ptolemeus van Egypte.

Romeinse tijd

In 76 v. Chr veroverden de Romeinen het eiland en maakten het een Romeinse provincie.

Arabieren en Byzantijnen

In 649 stelde de kalief Muawija de eerste moslim-vloot samen en veroverde het eiland. Daarna zou het eiland een aantal eeuwen een soort gezamelijk bestuur tussen Byzantijnen en Arabieren kennen. Constantijn IV kwam een verdrag overeen met Abdalmalik waarin de merkwaardige positie van het eiland verder geregeld werd. Justinianus II verwijderde de gehele bevolking van het eiland om ze in de rest van het rijk onder te brengen. Deze politiek was niet erg succesvol en een aantal van hen wist weer naar huis terg te keren In 876 slaagde Byzantium erin het eiland voor zeven jaar weer geheel in eigen handen te krijgen, maar daarna viel het weer in moslim handen. In de jaren 905-911 volgde er een reeks Byzantijnse overwinningen ter zee onder Himerius en werd het eiland weer Byzantijns om vervolgens weer in Arabische handen te vallen. In 966 werd het opnieuw door de Byzantijnen veroverd en gedurende de bloeitijd van Basilius en de epigonen zou dat zo blijven. Cyprus werd daarmee een belangrijk steunpunt voor de Byzantijnse aanwezigheid in de Levant

Rond 1186 begon het rijk danig in verval te geraken en Isaac Comnenus vestigde een eigen rijkje op het eiland en verklaarde het onafhankelijk. Dit was een zware klap voor het prestige van de keizer. De kruisvaarders die toch al niet zulke goede betrekkingen hadden met Byzantium maakten er dankbaar gebruik van en onder Richard Leeuwenhart veroverden zij het eiland in 1192.

Kruisvaarders

Cyprus werd in 1192 door de kruisvaarders veroverd op het Byzantijnse Rijk, tot grote ergernis van de Keizer. Het koninkrijk Cyprus werd enige tijd later (1269) verenigd met het koninkrijk Jeruzalem of wat daar in die tijd nog van restte. Met de val van Acco in 1291 werden de kruisvaarders voorgoed uit het Heilige Land geschopt, maar op het eiland zou hun bewind nog tot 1489 duren. Daarmee overleefden zij dus ook de val van Constantinopel. In 1489 namen de Venetianen het eiland over en hun bewind was een regelrechte kolonisatie. Zij beschouwden het eiland als wingewest.

Ottomanen

Aan het Christelijke bewind kwam pas in 1571 een einde toen de Ottomanen het veroverden. De Orthodoxe Kerk verwelkomde het nieuwe bewind aanvankelijk omdat de Ottomaanse Turken bereid waren deze kerk te erkennen. Zij gebruikten de kerk echter ook als middel om meer belasting te kunnen heffen en de opbrengst daarvan verdween naar Istanbul. Bij de onafhankelijkheid van Griekenland in 1821 namen de Turken op het eiland de kerkleiders gevangen en onderdrukten de bevolking en ontstond er steeds meer verwijdering met de Grieks sprekende bevolking. Er waren inmiddels een vrij grote minderheid Turken op het ieland komen wonen. De Turken regeerden het eiland tot 1878.

Britten

In 1877 waren de Britten en de Russen in oorlog met het steeds zwakker wordende Turkse Rijk en de Britten betten het eiland. Als onderdeel van de Anglo-Turkse conventie van 1878 bleef de bezetting gehandhaafd. In 1925 werd het eiland een Britse kroonkolonie.

Onafhankelijkheid en deling

Cyprus was sinds 1925 een kroonkolonie van het Verenigd Koninkrijk. De Britten begonnen in de jaren '50 gesprekken over meer autonomie, maar raakten hierover in conflict met de Grieks-Cyprioten. Onder de laatsten overheerste het streven naar aansluiting bij Griekenland, de enosis-gedachte. Politiek leider van de Grieks-Cyprioten was aartsbisschop Makarios III. Aanslagen van de pro-Griekse terreurbeweging EOKA, geleid door Georgios Grivas, escaleerden in 1955 tot een guerrilla-oorlog. Makarios werd in 1956 door de Britten verbannen naar de Seychellen, maar de strijd duurde voort tot in 1959 een akkoord werd bereikt over de toekomst van het eiland. Op 16 augustus 1960 werd het land onafhankelijk; Makarios werd gekozen tot eerste president. Groot-Brittannië behield enkele militaire bases, en de belangen van de Turkse minderheid werden gewaarborgd in de grondwet.

De machtsdeling tussen Grieken en Turken bleek onwerkbaar. Gewapende incidenten escaleerden in 1963 tot een burgeroorlog; de Verenigde Naties stuurden in 1964 een vredesmacht die erin slaagde de situatie enigszins te stabiliseren. Nicosia raakte verdeeld in een Grieks en een Turks deel, gescheiden door de zgn. Groene Lijn. Makarios, in 1968 en 1973 herkozen, kreeg steeds meer te kampen met oppositie in eigen kring, vooral aangewakkerd vanuit Griekenland waar sinds 1967 militairen aan de macht waren. Vanaf 1971 voerde Grivas weer terreurcampagnes uit, ditmaal met EOKA-B en gericht tegen voorstanders van de onafhankelijkheid. Op 15 juli 1974 pleegde het door enosis-aanhangers geïnfiltreerde leger een staatsgreep. Makarios vluchtte. Turkije reageerde op 20 juli op een verzoek om steun van de Turks-Cypriotische vice-president Rauf Denktasj, met een landing, die na mislukte onderhandelingen gevolgd werd door een bezetting van ca. 36% van het eiland. Grieken vluchtten naar het Griekse deel, Turken naar het Turkse. Sindsdien bestaat het eiland uit twee delen, en wordt de grens voor een deel bewaakt door VN-troepen.

Makarios keerde eind 1974 terug in het Griekse deel en bleef daar tot zijn dood in 1977 president. In het noorden werd in 1975 de 'Turks-Cyprische Federale Staat' uitgeroepen, die in 1983 omgedoopt werd in de alleen door Turkije erkende Turkse Republiek van Noord-Cyprus (TRNC). Denktasj is daar sinds 1975 president. Vanuit Turkije vestigden zich in de loop der jaren duizenden Turken in de TRNC, die zich mede daardoor steeds meer op Turkije ging oriënteren.

De VN en de EU

De VN proberen sinds 1974 de twee partijen tot toenadering te bewegen, tot op heden zonder veel succes. Een voorstel om tot een staatsvorm te komen naar Zwitsers model, alom beschouwd als een ultieme poging van de VN, werd begin 2003 door Denktasj afgewezen. Een akkoord werd als noodzakelijk beschouwd omdat de Europese Unie in december 2002 Cyprus had uitgenodigd in 2004 toe te treden. De EU zag het liefst een herenigd Cyprus als nieuw lid. In de TRNC gingen veel mensen de straat op om voor hereniging te demonstreren.

Denktasj verraste in april 2003 vriend en vijand door een aantal reisbeperkingen op te heffen, waardoor voor het eerst sinds 1974 Grieken en Turken elkaars landsdelen konden bezoeken.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.