Door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ingezette aanval op Irak. Ook Australië leverde troepen. Doel van deze coalitie was naar eigen zeggen het ten val brengen van het regime van Saddam Hoessein, dat de Iraakse bevolking zou onderdrukken, internationale terrorisme zou ondersteunen en massavernietigingswapens zou hebben ontwikkeld en ingezet. Aan de aanval ging een periode van diplomatieke strijd vooraf. Na de Golfoorlog van 1991 was Irak gedwongen zijn massavernietigingswapens te vernietigen. Inspecteurs van de Verenigde Naties zagen hierop toe, maar werden in 1998 het land uitgezet. Na de terreuraanslagen op 11 september 2001 in de VS ontstond binnen de Amerikaanse regering de overtuiging dat het noodzakelijk was een eind te maken aan het regime van Saddam, dat het internationale terrorisme zou ondersteunen. Op 8 november 2002 nam de Veiligheidsraad van de VN unaniem een door de VS ingediende resolutie aan, nummer 1441, waarin Irak wordt opgeroepen weer mee te werken aan de wapeninspecties. Niet meewerken aan de inspecties zou tot "ernstige gevolgen" kunnen leiden.
Irak werkte mee, maar allesbehalve van harte, en slaagde er daardoor in de eensgezindheid in de Veiligheidsraad te doorbreken. De VS en het Verenigd Koninkrijk vonden in de loop van 2003 dat Saddam zijn laatste kans verspeeld had, terwijl andere landen, waaronder Frankrijk, van mening waren dat de inspecties meer tijd moesten krijgen. Toen duidelijk werd dat in de Veiligheidsraad geen meerderheid te vinden was voor een resolutie die militair geweld zou rechtvaardigen, en dat het waarschijnlijk was dat Frankrijk en wellicht Rusland en China een veto uit zouden spreken tegen een dergelijke resolutie, besloten de VS en de Britten Irak een ultimatum te stellen zonder expliciete machtiging van de Veiligheidsraad. De eisen in het ultimatum (onder meer het aftreden van Saddam Hoessein), en de korte tijd van slechts enkele dagen, maakten het op voorhand duidelijk dat het niet ingewilligd zou worden.
Op 20 maart 2003 startte de Tweede Golfoorlog (Operation Iraqi Freedom) met beperkte aanvallen op de Iraakse hoofdstad Bagdad. Formeel gesproken was het de derde golfoorlog, maar iedereen heeft het over de tweede. Omdat de Amerikaanse inlichtingendienst CIA dacht te weten waar Saddam zich schuilhield, gebeurde dit met zogenaamde precisiebommen.
Gebeurtenissen
- 20 maart - Anderhalf uur nadat het ultimatum verstreken is, begint de oorlog met een precisie-aanval door de Amerikanen op Bagdad, "Operation Iraqi Freedom" gedoopt. De Amerikaanse en Britse strijdkrachten beginnen met grootschalige bombardementen op voornamelijk militaire doelen in Bagdad. Ook Iraakse stellingen in het zuiden worden gebombardeerd. De val van de havenstad Umm Kasr wordt gemeld, en een onbekend aantal Irakese soldaten geeft zich over.
- 21 maart - Opnieuw zware bombardementen op Bagdad. Turkije valt het noorden van Irak binnen. Officieel is dit om vluchtelingen tegen te gaan, maar algemeen wordt aangenomen dat het feitelijke doel het voorkomen van een onafhankelijke Koerdische staat in noord-Irak is. Later wordt overigens deze inval weer ontkent, en grootschalig is deze in elk geval niet geweest.
- 22 maart - Amerikaanse en Britse troepen zijn de Zuid-Iraakse steden Basra en Nassiriya binnengetrokken, meldt de BBC. De coalitietroepen hebben grote delen van Basra onder controle en het vliegveld en een brug veiliggesteld. Wel bieden speciale elite-eenheden van Saddam Hoessein in de stad nog felle tegenstand.
- 23 maart - Een Amerikaans soldaat gooit granaten in drie tenten van de planning. Een Amerikaanse raket haalt een Brits vliegtuig neer. Irak toont dode en gevangen soldaten op de televisie. Reeds 30 doden bij Britten en Amerikanen. Er is meer verzet door Irak dan door de VS verwacht. Nog steeds transporten via de haven van Antwerpen en de luchthaven van Oostende naar Koeweit. Volgens Britse bronnen zou Saddam zwaar gewond zijn. Saddam verschijnt op TV; de Amerikanen verklaren dat het Saddam zelf is en niet (zoals vaak) een dubbelganger, maar betwijfelen of de beelden live zijn.
- 26 maart - Twee Amerikaanse kruisraketten vallen bij vergissing op een marktplein in Bagdad; ten minste 14 burgers komen om.
- 28 maart - De Amerikaanse troepenmacht in de regio rond Irak wordt uitgebreid met nog eens 130.000 man.
- 1 april - Jessica Lynch wordt voor het oog van televisieploegen 'bevrijd' uit een Iraaks ziekenhuis
- 4 april - Het vliegveld van Bagdad wordt veroverd.
- 7 april - De Amerikanen trekken het centrum van Bagdad binnen.
- 9 april - Amerikaanse troepen lijken heer en meester in Bagdad; standbeelden van Saddam worden neergehaald, afbeeldingen vernield of verbrand.
- 10 april - Amerikaanse en Koerdische troepen veroveren Kirkoek.
- 11 april - De Amerikanen veroveren Mosoel.
- 14 april - Met de inname van het presidentieel paleis in Tikrit is het laatste steunpunt van Hoessein in Irak gevallen. In de volgende dagen wordt er nog strijd geleverd met losse resten van de presidentiële garde (Hoesseins elitetroepen), maar alle belangrijke punten in het land zijn nu in handen van de coalitie.
Gesteund door de Verenigde Naties wordt een stabilisatiemacht in Irak gestationeerd, de Stabilisation Force Iraq, waaraan ook Nederland deelneemt met 1100 militairen.
De coalitie (coalition of the willing)
31 landen - De Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Afghanistan, Albanië, Australië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Colombia, Denemarken, El Salvador, Eritrea, Estland, Ethiopië, Georgië, Hongarije, Italië, Japan, Letland, Litouwen, Macedonië, Nederland, Nicaragua, Oezbekistan, Filippijnen, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, Zuid-Korea.
Naast de eenendertig landen die de coalitie openlijk steunen zouden er nog vijftien landen, die niet bij naam genoemd willen worden, tot de coalitie behoren.
Openlijk tegen de oorlog zijn onder meer China, Rusland, Duitsland, Frankrijk, België en de meeste Arabische landen.
Bronnen
nds:Situatschoon in'n Irak