Het Grieks is een van de Indo-Europese talen, en werd door de Achaeërs naar Griekenland gebracht rond 1700 voor Christus. In eerste instantie waren er verschillende gesproken dialecten, met als belangrijkste Ionisch, Dorisch, Aeolisch en Attisch Grieks. Het eerste schrift voor deze taal is Lineair B. Sinds de tijd van de klassieken is de taal geschreven in het Griekse alfabet, dat 24 letters omvat.
Attisch Grieks was de taal die gesproken werd in Athene, en de meerderheid van de literatuur die uit die tijd nog bewaard is gebleven is in dit dialect. Alexander de Grote speelde een belangrijke rol in het samenvoegen van deze dialecten tot Koine-Grieks (naar het Griekse woord voor algemeen). Door de eentaligheid van zijn leger werd de communicatie makkelijker, en zij leerden de bewoners van bezette gebieden ook Koine, waardoor het de status van "wereldtaal" kreeg. Koine-Grieks werd dan ook de Lingua franca in het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk (ook wel Byzantijnse Rijk). Het moderne Grieks stamt hiervan af.
Externe link