Geschiedenis
In het gebied tussen de grote steden van West-Nederland is in de loop van de eeuwen een dikke, natte veenlaag gegroeid. Deze veengrond was door zijn geringe draagkracht niet geschikt voor bebouwing, maar wel voor landbouw en het winnen van turf. Vanaf de Gouden Eeuw ontstond een ring van steden rond een waterrijk, groen en open middengebied. Dit gebied kreeg in de tweede helft van de twintigste eeuw de benaming 'Groene Hart'. Het gebied was onderdeel van het sterke verdedigingswerk de Hollandse Waterlinie.
Watergebieden
Het Groene Hart is een waterrijk gebied. Zo liggen er de Langeraarse Plassen, Nieuwkoopse plassen, de Reeuwijkse plassen en het Braassemermeer. Bovendien rivieren als de Hollandse IJssel, de Oude Rijn, de Lek, de Vlist, de Loet en de Rotte. Ook vele kleinere waterwegen, zoals de beek de Aar en het riviertje de Gouwe.
Overheidsbeleid
Het Nederlandse overheidsbeleid (stand van zaken in 2003) is erop gericht deze doelstellingen voor de functies van het Groene Hart te behouden, bijvoorbeeld in de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening. De Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening biedt de grote steden rond het Groene Hart (beperkte) mogelijkheden tot bouw van woningen aan de rand van het Groene Hart. De overheid beperkt ook de vestiging van glastuinbouwbedrijven binnen het gebied. Verder wil de overheid voorkomen dat teveel grote wegen en spoorlijnen het Groene Hart doorkruisen. De toekomstige plannen voor de inrichting van het Groene Hart gaan uit van vier zones:
- Om het eigenlijke Groene Hart heen ligt de Randstadring. Dit is een stedelijke zone die het Groene Hart bijna helemaal omringt. Tussen de stedelijke bebouwing liggen groene gebieden die het Groene Hart verbinden met andere groene gebieden in Nederland.
- Direct aansluitend op de Randstadring is er een uitloopzone met veel bos en water. Die dient voor recreatie en als buffer tegen verdere stedelijke groei.
- Er zullen straks vier kerngebieden zijn voor natuur en watersport. Hier vindt uitbreiding en ontwikkeling plaats van veenplassen, moerassen en moerasbossen. Het gaat om de kerngebieden De Venen, de Krimpenerwaard, Vechtplassen en Hollandse Plassen. De overheid wil bestaande natuurgebieden hiervoor uitbreiden. De vier kerngebieden staan met elkaar in verbinding via groenstroken en landbouwgronden.
- Tussen de kerngebieden en de uitloopzones ligt veenweidegebied . In dit gebied is plaats voor landbouw, natuur en recreatie.
Bron
De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het Ministerie van VROM. Daar is wellicht een recentere versie beschikbaar.