Hout is het voornaamste bestanddeel van (vooral) bomen en andere planten. Behalve bladeren, naalden en schors, bestaan de niet-kruidige planten uit hout. Met andere woorden; hout is het binnenste van de stam. In de plant geeft het stevigheid aan de stam en daarnaast is het betrokken bij het transport van water en voedingsstoffen binnen de plant of boom, met name in de buitenste lagen. Hout bestaat voor een belangrijk deel uit cellulose en hemicellulose, dat wordt samengehouden door lignine. Omdat in gematigde klimaten de winter en de zomer nogal verschillen, hebben veel houtsoorten uit deze klimaten duidelijke groeiringen (ook wel jaarringen), wat in het hout als een uitgesproken nerf of tekening tot uiting komt. Ook tropische houtsoorten die verschillende vochtigheidsseizoenen kennen hebben vaak een duidelijker nerf.
Deze groeiringen komen als volgt tot stand: onder de schors bevindt zich een laag stamcellen of secundair meristeem, de cambiumlaag genoemd, die zowel naar binnen als naar buiten nieuwe cellen aanmaakt. Naar binnen zijn deze xyleemcellencellen groter naargelang van het seizoen, doch ze verhouten snel (lignificatie), en worden gedurende het groeiseizoen al vlug samengeperst,zodat zij hun functie in het transport van water en voedingsstoffen weldra niet meer kunnen uitoefenen. Op het einde van het seizoen valt deze aangroei nagenoeg stil, en dit wordt duidelijk zichtbaar in de vorming van jaarringen. Naar buiten worden ook jonge cellen aangemaakt, floëem, die hun functie gedurende korte tijd in het stoffentransport waarnemen, en ook vlug afsterven, zodat buitenuit een steeds aangroeiende laag schors gevormd wordt.
Het geheel van schors en aangroeilaag wordt meestal als "bast" omschreven. Daarom bevindt er zich rondom het binnenste, reeds afgestorven hout, een levende laag. De schors barst bij de groei van de boom, daar hij niet elastisch is. De meest bekende schors wordt gevormd door de in Portugal groeiende kurkeik (Quercus suber uit de familie van de Fagaceae of beukachtigen), die om de 10 jaar een oogstbare laag afgeeft.
Gedroogd hout wordt voor vele nuttige doelen gebruikt. Het vormt de basis voor papier. Handwerkers en kunstenaars bewerken en verbinden stukken hout met speciale gereedschappen, wat houtbewerking genoemd wordt. Hout wordt veel gebruikt in de constructie van huizen en meubelen, voor vloeren, kozijnen, dakconstructies en meubilair.
Hout is reeds een belangrijk constructiemateriaal sinds de mens begon met het bouwen van schuilplaatsen en blijft ook vandaag veelgebruikt. Vandaag echter zijn veel toepassingen van hout vervangen door metaal en plastic.
Hout van verschillende bomen heeft verschillende eigenschappen. Dikwijls wordt er een grove indeling gemaakt in hardhout en zachthout; een andere indeling is die van naaldhout en loofhout. Het hout van pijnbomen (vurenhout) is zacht, terwijl eikenhout veel zwaarder en harder is. Mahoniehout is een donker, dicht hardhout, moeilijk te bewerken maar erg mooi en uitstekend geschikt voor kostbare meubelen. Anderzijds is balsahout zeer licht, zacht en meestal sponsachtig, wat het nuttig maakt voor andere toepassingen, zoals modelbouw.
Bovendien heeft hout van verschillende soorten:
- verschillende kleur en tekening,
- verschillend soortelijk gewicht,
- verschillende splijteigenschappen en
- verschillend gedrag bij wisselende vochtigheid,
- verschillende sterkte,
- verschillende gevoeligheid voor klimaateigenschappen en
- rotting of insectenvraat.
Bomen kunnen afhankelijk van de beoogde toepassing op verschillende manieren worden verzaagd. Dat gebeurt meestal in drie verschillende hoofdrichtingen: radiaal, tangentiaal of axiaal. Hierdoor verschillen de eigenschappen van hout. Krom- en scheluw trekken, zwellen en krimpen noemt men: werken van hout. Ook verschilt hout afkomstig van de buitenkant van de boom waardoor nog transport plaatsvindt (spinthout) van het veel hardere kernhout dat alleen nog stevigheid aan de boom geeft. Hout wordt langzamerhand steeds duurder, omdat bomen langzaam groeien en in de meeste delen van de wereld sneller worden omgehakt dan er nieuwe worden aangeplant - de mensheid teert in snel tempo in op het beschikbare bos. Langzamerhand groeit gelukkig het besef dat de bossen, en met name de oerwouden, een belangrijke functie hebben in het eco-systeem van de aarde. Er zijn al een aantal landen waar aanplant van nieuwe bomen ter vervanging verplicht is gesteld. Mee door dit alles is er ook een groot aantal van hout afgeleide producten ontstaan die van minderwaardig hout of houtafval kunnen worden gemaakt en dus veel goedkoper zijn maar toch sterk en mooi genoeg zijn voor allerlei doeleinden waar vroeger massief hout voor werd gebruikt. Voorbeelden zijn MDF, triplex en multiplex, spaanplaat, hardboard, laminaat, zachtboard, meubelplaat, timmerpanelen etc.
Aanverwante onderwerpen