Tagoror  

Encyclopedie




Islam

De islam (الإسلام) is een van de drie grote monotheistische wereldgodsdiensten. Islam, ontstaan in de 7e eeuw, is de religie van de groep mensen die Allah aanbidden (Allah betekent letterlijk 'de God' in het Arabisch) en die het woord van de profeet Mohammed (570-632) volgen. Zijn woorden zijn zowel in mondelinge als schriftelijke vorm overgeleverd, enkele jaren na zijn dood verzameld en later vastgelegd in de Koran, die soms ook al Furqân genoemd wordt.

De volgelingen van de islam zijn moslims. Soms worden ze ook islamiet genoemd, of Mohammedaan, alhoewel deze laatste term niet vaak wordt gebruikt, omdat moslims hem beledigend vinden; de term zou kunnen impliceren dat ze Mohammed aanbidden, wat niet het geval is.

De religie islam is de voor moslims de ware religie van Allah. Het centrale principe van de islam is het kennen van en de totale onderwerping aan Allah's wil. Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" - 'onderwerping aan de wil van de enige echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God', maar het betekent ook 'vredelievend'. Voor de moslims is de islam niet een nieuwe godsdienst die door Mohammed werd gepropageerd; het is voor hen dezelfde religie als die die aan Adam, Mozes, Jezus en vele andere eerdere profeten werd geopenbaard. De naam wordt geacht afkomstig te zijn van Allah zelf:

"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)

Table of contents
1 De heilige boeken
2 De leer
3 De praktijk
4 Stromingen binnen de Islam
5 Zie ook

De heilige boeken

De Koran spreekt tevens met respect over de Torah (Tawrat), de Psalmen (Zaboer) en het Bijbelse Evangelie (Indjil), waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Maar men gelooft dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere heilige boeken veranderd en vervalst zijn. Bovendien gelooft men dat Mohammed de laatste en grootste van alle grote profeten was, die Gods wil onfeilbaar aan de mensen heeft doorgegeven, waarmee alle voorgaande openbaringen zijn vervangen.

Moslims geloven dat de Koran onaantastbaar is en boven de menselijke geschiedenis en menselijke kritiek verheven. Er bestaat over het algemeen een groot ontzag voor het boek. De inhoud werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel (lughat al-sama) . Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een aardse taal kan worden omgezet. Vertalingen van de Koran worden dan ook gezien als minderwaardig en onbetrouwbaar.

Naast de Koran wordt aan de Hadith (= 'spreuken, overleveringen') veel gezag toegekend. In deze zes grote verzamelingen overleveringen staat beschreven wat Mohammed (of naaste volgelingen) zei en deed, de soenna, ofwel 'de Weg'. Men kent ook aan zijn spreken en handelen het gezag van een goddelijke openbaring toe. Islamitische wetgeleerden en theologen hebben de eerste drie eeuwen lang gediscussieerd en gestudeerd over de vraag welke van de overgeleverde tradities, die elkaar op sommige punten tegenspreken, authentiek zijn en welke later verzonnen zijn. Men klassificeerde de overleveringen tenslotte als 'zeer betrouwbaar', 'goed, maar minder betrouwbaar' en 'twijfelachtig'. Een zeer gerespecteerde uitlegger en 'redacteur' van de Hadieth uit de negende eeuw was Al-Boechari, een soennitisch geleerde. Samen met Muslim, een andere hadiethgeleerde, legde hij collecties aan van de 'zeer betrouwbare' hadieth. Zij hebben daarmee grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Islam. De Koran en de Hadieth vormen met elkaar de basis voor het leven en de leer van de moslims.

Uit de Koran en de Hadith werden de islamitische heilige wetten samengesteld, de sjari'a, die in sommige moslimlanden door de nationale overheid worden gehanteerd.

De leer

God wordt door moslims aanbeden als schepper van alle dingen. Hij is (ver boven de mens) verheven, transcendent, soeverein, almachtig en alwetend. De islam kent aan God in totaal negenennegentig eigenschappen toe. Volgens moslims openbaart God niet zichzelf, ook niet in zijn schepping. Niets van God is door de mens te kennen, alleen zijn wil, via Mohammed aan de mens geopenbaard. Moslims spreken de grootheid van Allah vaak uit door middel van de uitdrukking allahu akbar.

Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook het bestaan van de duivel, Iblis.

De islam leert dat alle levende wezens op aarde op de Laatste Dag door God geoordeeld zullen worden op basis van hun daden. De Koran leert geen erfzonde, maar wel de neiging van ieder mens om van het goede pad af te dwalen. Het joods/christelijke begrip 'zonde' is voor de moslim het maken van fouten door slechte invloed van buitenaf. Gedragsproblemen komen niet van binnenuit, maar van buitenaf. Slechte daden kunnen gedeeltelijk worden gecompenseerd door het vervullen van religieuze plichten, onderwerping aan de wil van Allah en goede daden. Ieders goede en slechte daden zullen tegen elkaar afgewogen worden op de 'dag van de opstanding', ook wel 'het uur' of 'de dag van het oordeel' genoemd. Valt de balans negatief uit, dan kan een tijdelijke straf in de hel volgen. Een positieve balans resulteert in rechtstreekse toelating tot het paradijs. Eeuwige straf krijgen ook degenen die Gods bestaan hebben ontkend of getornd hebben aan de inhoud van de geloofsbelijdenis.

Het paradijs wordt in de Koran beschreven als een plaats waar geen moeite, verdriet of vermoeidheid is en waar de rechtvaardigen het aangezicht van de Godheid mogen zien. De paradijsbewoners mogen liggen op zijden rustbanken aan de oever van stromende rivieren, terwijl zij genieten van hemelse spijzen en dranken, die hen door eeuwig jonge jongens worden aangereikt. Donkerogige jonge, eeuwige maagden (hoerris) staan voortdurend tot hun beschikking. Veel gewone gelovigen vatten deze beschrijving letterlijk op. Moslimgeleerden benadrukken echter het allegorische karakter ervan. Zo zouden de bomen de goede daden symboliseren en de rivieren het geloof van de rechtvaardigen. De vaak geuite kritiek dat de jonge jongens er ook voor (homo)seksueel plezier zouden zijn wordt door moslimtheologen ontkend omdat die gedachte niet in de Koran terug te vinden is. En omdat de goede vrouwen van de rechtvaardigen ook in het paradijs komen moeten de hoerris, net als de spijzen en dranken, symbool staan voor geestelijke zegeningen.

Een ongelovige wordt in de Koran een kafir (in het Nederlands bekend in een woord als 'uitkafferen') genoemd. Ook een christen die in de drieëenheid gelooft is volgens de leer van de Koran een kafir, omdat die zou geloven in meer dan één God.

Veel moslims kennen een sterke afhankelijkheid van het lot zoals God dat beschikt (insh'allah, zoals God het wil), zowel goed als kwaad. Zij leggen zich daarom gewillig neer bij gebeurtenissen en omstandigheden in hun leven. Over de voorbeschikking van het lot bestaat binnen de islam op theologisch niveau geen eenstemmigheid.

Moslims zien 'heil' en 'redding' als een zaak van de hele gemeenschap, de universele islam. Velen streven dan ook naar het realiseren van één wereldomvattende islamitische staat. Leven in de moslimgemeenschap, geleid door moslims die kennis hebben van Gods wil, zou mensen helpen de wil van Allah te doen en op het rechte pad te blijven.

Algemeen aanvaard is het geloof in de komst van een messiaanse figuur, al Mahdi (~ de door God geleide), die de wereld gerechtigheid zal brengen en terug zal voeren naar de ware Islam. Maar omdat de Koran daarover zwijgt, en sommige van Mohammeds uitspraken daarover zoals opgetekend in de Hadieth onbetrouwbaar worden gevonden, blijft de identiteit van deze figuur onderwerp van discussie binnen de Islam. Op dit punt hebben de sji'iten en soennieten heel afwijkende opvattingen.

De praktijk

De praktijk van het islamitisch geloof steunt op een stelsel van riten en plichten, de fikh, waarvan de 'De vijf zuilen van de islam' de belangrijkste zijn, namelijk de geloofsbelijdenis, de rituele gebeden, het geven van aalmoezen, het vasten (Ramadan) en de bedevaart naar Mekka. Elke moslim is traditioneel verplicht zich indien maar enigszins mogelijk aan deze vijf verrichtingen te houden. Hiermee worden de persoonlijke discipline van elke gelovige zowel als de onderlinge gemeenschap en de gehoorzame dienst aan God uitgedrukt.

Moslims houden hun erediensten in de moskee. De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) of ook belangrijk geestelijk leider (voor sji'ieten) wordt imam genoemd. Andere religieuze titels: sjeik (Soefi leider), Ulamâ (jurist/theoloog), ayatolla (sji'isme), moefti (juridisch adviseur), kalief. Verder wordt een sj'itische vernieuwer van het geloof een mujtahid genoemd en een soennitisch vernieuwer een muhjî al-din. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.

Stromingen binnen de Islam

Binnen de Islam gelden verschillende stromingen, die onderling qua karakter nogal van elkaar verschillen. De twee hoofdstromingen, soennisme en sji'isme, verschillen niet zozeer op het gebied van elementaire geloofsleer en religieuze verplchtingen, maar wel op het gebied van niet-verplichte feesten, tradities en praktijken. Er worden verschillende versies van de Hadieth gehanteerd. De twee stomingen zijn ontstaan ten gevolge van een conflict over de opvolging van Mohammed.

  • Soennisme - leiderschap overgenomen door kaliefen; volgelingen o.a Noord-Afrika en Saoedi-Arabië. De overgrote meerderheid (ca. 90%) van de moslims is soenniet. Kenmerk: het gezag van de Hadith.
  • Sji'isme - leiderschap overgenomen door Mohammeds schoonzoon Ali; volgelingen vooral in Iran en Zuid-Irak. Verder in Pakistan, India, Libanon en enkele Golfstaten. Kenmerk: het gezag van de imam.

Andere stromingen:

  • Soefisme - mystieke, spirituele beweging binnen zowel soennisme als sji'isme
  • Ahmaddija - wordt door de meeste moslims als sekte gezien. Profeet en grondlegger: Ghulan Ahmad
  • Ibadieten
  • Alevieten
  • Wahhabieten
  • Volksislam - eigenlijk geen stroming, maar een wijdverbreide mengvorm van animisme en Islam.

Zie ook

simple:Islam zh-cn:伊斯兰教 zh-tw:伊斯蘭教



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.