De leer
God wordt door moslims aanbeden als schepper van alle dingen. Hij is (ver boven de mens) verheven, transcendent, soeverein, almachtig en alwetend. De islam kent aan God in totaal negenennegentig eigenschappen toe. Volgens moslims openbaart God niet zichzelf, ook niet in zijn schepping. Niets van God is door de mens te kennen, alleen zijn wil, via Mohammed aan de mens geopenbaard. Moslims spreken de grootheid van Allah vaak uit door middel van de uitdrukking allahu akbar. Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook het bestaan van de duivel, Iblis.
De islam leert dat alle levende wezens op aarde op de Laatste Dag door God geoordeeld zullen worden op basis van hun daden. De Koran leert geen erfzonde, maar wel de neiging van ieder mens om van het goede pad af te dwalen. Het joods/christelijke begrip 'zonde' is voor de moslim het maken van fouten door slechte invloed van buitenaf. Gedragsproblemen komen niet van binnenuit, maar van buitenaf. Slechte daden kunnen gedeeltelijk worden gecompenseerd door het vervullen van religieuze plichten, onderwerping aan de wil van Allah en goede daden. Ieders goede en slechte daden zullen tegen elkaar afgewogen worden op de 'dag van de opstanding', ook wel 'het uur' of 'de dag van het oordeel' genoemd. Valt de balans negatief uit, dan kan een tijdelijke straf in de hel volgen. Een positieve balans resulteert in rechtstreekse toelating tot het paradijs. Eeuwige straf krijgen ook degenen die Gods bestaan hebben ontkend of getornd hebben aan de inhoud van de geloofsbelijdenis.
Het paradijs wordt in de Koran beschreven als een plaats waar geen moeite, verdriet of vermoeidheid is en waar de rechtvaardigen het aangezicht van de Godheid mogen zien. De paradijsbewoners mogen liggen op zijden rustbanken aan de oever van stromende rivieren, terwijl zij genieten van hemelse spijzen en dranken, die hen door eeuwig jonge jongens worden aangereikt. Donkerogige jonge, eeuwige maagden (hoerris) staan voortdurend tot hun beschikking. Veel gewone gelovigen vatten deze beschrijving letterlijk op. Moslimgeleerden benadrukken echter het allegorische karakter ervan. Zo zouden de bomen de goede daden symboliseren en de rivieren het geloof van de rechtvaardigen. De vaak geuite kritiek dat de jonge jongens er ook voor (homo)seksueel plezier zouden zijn wordt door moslimtheologen ontkend omdat die gedachte niet in de Koran terug te vinden is. En omdat de goede vrouwen van de rechtvaardigen ook in het paradijs komen moeten de hoerris, net als de spijzen en dranken, symbool staan voor geestelijke zegeningen.
Een ongelovige wordt in de Koran een kafir (in het Nederlands bekend in een woord als 'uitkafferen') genoemd. Ook een christen die in de drieëenheid gelooft is volgens de leer van de Koran een kafir, omdat die zou geloven in meer dan één God.
Veel moslims kennen een sterke afhankelijkheid van het lot zoals God dat beschikt (insh'allah, zoals God het wil), zowel goed als kwaad. Zij leggen zich daarom gewillig neer bij gebeurtenissen en omstandigheden in hun leven. Over de voorbeschikking van het lot bestaat binnen de islam op theologisch niveau geen eenstemmigheid.
Moslims zien 'heil' en 'redding' als een zaak van de hele gemeenschap, de universele islam. Velen streven dan ook naar het realiseren van één wereldomvattende islamitische staat. Leven in de moslimgemeenschap, geleid door moslims die kennis hebben van Gods wil, zou mensen helpen de wil van Allah te doen en op het rechte pad te blijven.
Algemeen aanvaard is het geloof in de komst van een messiaanse figuur, al Mahdi (~ de door God geleide), die de wereld gerechtigheid zal brengen en terug zal voeren naar de ware Islam. Maar omdat de Koran daarover zwijgt, en sommige van Mohammeds uitspraken daarover zoals opgetekend in de Hadieth onbetrouwbaar worden gevonden, blijft de identiteit van deze figuur onderwerp van discussie binnen de Islam. Op dit punt hebben de sji'iten en soennieten heel afwijkende opvattingen.
De praktijk
De praktijk van het islamitisch geloof steunt op een stelsel van riten en plichten, de fikh, waarvan de 'De vijf zuilen van de islam' de belangrijkste zijn, namelijk de geloofsbelijdenis, de rituele gebeden, het geven van aalmoezen, het vasten (Ramadan) en de bedevaart naar Mekka. Elke moslim is traditioneel verplicht zich indien maar enigszins mogelijk aan deze vijf verrichtingen te houden. Hiermee worden de persoonlijke discipline van elke gelovige zowel als de onderlinge gemeenschap en de gehoorzame dienst aan God uitgedrukt.
Moslims houden hun erediensten in de moskee. De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) of ook belangrijk geestelijk leider (voor sji'ieten) wordt imam genoemd. Andere religieuze titels: sjeik (Soefi leider), Ulamâ (jurist/theoloog), ayatolla (sji'isme), moefti (juridisch adviseur), kalief. Verder wordt een sj'itische vernieuwer van het geloof een mujtahid genoemd en een soennitisch vernieuwer een muhjî al-din. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.
Stromingen binnen de Islam
Binnen de Islam gelden verschillende stromingen, die onderling qua karakter nogal van elkaar verschillen. De twee hoofdstromingen, soennisme en sji'isme, verschillen niet zozeer op het gebied van elementaire geloofsleer en religieuze verplchtingen, maar wel op het gebied van niet-verplichte feesten, tradities en praktijken. Er worden verschillende versies van de Hadieth gehanteerd. De twee stomingen zijn ontstaan ten gevolge van een conflict over de opvolging van Mohammed.
- Soennisme - leiderschap overgenomen door kaliefen; volgelingen o.a Noord-Afrika en Saoedi-Arabië. De overgrote meerderheid (ca. 90%) van de moslims is soenniet. Kenmerk: het gezag van de Hadith.
- Sji'isme - leiderschap overgenomen door Mohammeds schoonzoon Ali; volgelingen vooral in Iran en Zuid-Irak. Verder in Pakistan, India, Libanon en enkele Golfstaten. Kenmerk: het gezag van de imam.
Andere stromingen:
- Soefisme - mystieke, spirituele beweging binnen zowel soennisme als sji'isme
- Ahmaddija - wordt door de meeste moslims als sekte gezien. Profeet en grondlegger: Ghulan Ahmad
- Ibadieten
- Alevieten
- Wahhabieten
- Volksislam - eigenlijk geen stroming, maar een wijdverbreide mengvorm van animisme en Islam.
Zie ook
simple:Islam zh-cn:伊斯兰教 zh-tw:伊斯蘭教