Jan Havicksz. Steen (geboren in 1626 (?) in Leiden - gestorven op 1 januari 1679 in Leiden) was een Nederlands schilder uit de 17e eeuw. Mensenkennis, humor and uitbundig kleurgebruik zijn belangrijke kenmenken van zijn werk.
Het dagelijks leven was Jan Steens belangrijkste onderwerp. Veel van de taferelen zijn levendig, zelfs chaotisch en wellustig. Dergelijke taferelen waren zo kenmerkend dat een huishouden van Jan Steen een veel gebruikt Nederlands gezegde is geworden. Subtiele hints in zijn schilderijen maken aannemelijk dat Jan Steen de kijker niet zozeer wilde uitnodigen om het getoonde na te bootsen, als wel wil wilde vermanen. Veel van Steens schilderijen refereren aan oude Nederlands spreekwoorden of literatuur. Familie van de schilder fungeerde vaak als model. Jan Steen schilderde veel zelfportretten. Deze doeken geven geen blijk van al te veel ijdelheid.
Steen heeft zich met veel themas ingelaten: hij schilderde historische, mythologische en religieuze scenes, portretten, stillevens and natuurtaferelen. Zijn afbeeldingen van kinderen worden geroemd, evenals zijn beheersing van licht en aandacht voor detail, met name in textiel. Jan Steen maakte zo'n 800 schilderijen.
Ook de tijdgenoten van Jan Steen waardeerden zijn werk, met als gevolg dat hij redelijk goed betaald kreeg. Hij had geen studenten, maar zijn werk zou een bron van inspiratie worden voor veel collega's.
Net als zijn nog beroemdere tijdgenoot Rembrandt van Rijn (1606 - 1669) bezocht Jan Steen de latijnse school in Leiden. Hij ontving in Utrecht schilderles van Nicolaes Knupfer (1603-1660), een Duitse schilder van historische en figuratieve taferelen. Invloeden van Knupfer kunnen worden gevonden in Steen's gebruik van compositie en kleur. In 1648 werd Jan Steen opgenomen in het Sint Lucas Gilde van schilders in Leiden. Een andere bron van inspiratie vormde Adriaen van Ostade (1610 - 1685), schilder van het boerenleven, die in Haarlem leefde. Het is niet bekend of Steen ook daadwerkelijk leerling van Ostade is geweest.
Later trok Jan Steen in bij landschapschilder Jan van Goyen (1596-1656) in Den Haag, en huwde diens dochter Margriet. Beide Jannen werkten vijf jaar samen. In 1654 verhuisde Steen naar Delft, waar hij de herberg De Roscam zonder veel succes runde. Van 1656/1657 tot 1660 leefde hij in Warmond, en van 1660 tot 1670 in Haarlem, waar hij zijn meest productieve periode beleefde. In 1670, na de dood van zijn vrouw in 1669 en van zijn vader in 1670, verhuisde Steen terug naar Leiden, waar hij de rest van zijn leven zou blijven. Al in 1670 hertrouwde hij, met Maria van Egmont, met wie hij twee kinderen zou krijgen. In 1672 opende Jan Steen, zelf zoon van een brouwer, een taveerne. In 1674 werd hij voorzitter van het Sint Lucas Gilde. Hij stierf in 1679 en werd bijgezet in het familiegraf in de Pieterskerk.
Externe links