De Jugendstil of Art nouveau is een kunststroming die tussen 1890 en 1905 op verschillende plaatsen in Europa opkwam, als reactie vooral op het vormvervagende impressionisme. De beweging staat ook onder verschillende andere namen bekend: de Franse variant als art nouveau van Alphonse Mucha, de Oostenrijkse als Sezession van Gustav Klimt, of de Engelse modern style van Aubrey Beardsley. Gemeen hebben ze de golvende ornamentele lijnen, veelal in de vorm van gestileerde planten. In januari 1896 gaf Georg Hirth, in München, het satirische weekblad Jugend uit. De randillustratie werd verzorgd door Otto Eckmann, Bernhard Pankok en Bruno Paul. Al in het eerste editoriaal brak Hirth een lans voor de kunstvernieuwing. De term Jugendstil verscheen in een tekst van de revue Insel van Rudolf Schröder, in hetzelfde jaar. In de volksmond werd Jugendstil ook spagettistijl of style nouille (vanwege de lijnen) of slaoliestijl (vanwege slaoliereclame in Jugenstil) genoemd, of nog style Horta (naar de Belgische architect), of style métro. In 1894 al maakte de style Mucha ophef, naar aanleiding van de expositie van zijn arabeske Sarah Bernhardt-affiches, in Parijs.
In datzelfde 1896 opende Samuel Bing zijn Parijse galerij L'Art Nouveau, in de Rue de Provence. Hij werd de grote Franse stimulator van de vernieuwende kunst.
In 1897 werd Gustav Klimt de eerste voorzitter van de pas gestichte Sezessionte Wenen.
Ondanks de opvallende regionale verschillen zijn er een aantal kenmerken die deze stromingen verenigen: een optimistich wereldbeeld en geloof in de toekomst, een voorliefde voor het gebruik van nieuwe, moderne technieken (in de architectuur bijvoorbeeld grote glasoppervlakken), een afkeer van symmetrie en een voorkeur voor ornamentiek, waarbij bloem- en vogelmotieven domineren.
De stroming kende een korte maar hevige bloeitijd. In West-Europa was de stijl ruim voor 1910 al verleden tijd, in het oosten kon ze wat langer overleven.
De Jugendstil manifesteerde zich vooral in gebruiksvoorwerpen (glaskunst, plateel, sieraden, meubels etc.), de architectuur en de schilderkunst.
Architectuur
Bij het architectuurerfgoed van de Jugendstil valt op dat de stijl bijzonder in trek was bij degenen die in deze economisch voorspoedige periode geld te besteden hadden: jugendstilgebouwen zijn meestal hotels, warenhuizen en andere winkelpanden, kantoren van verzekeringsmaatschappijen en villa's van industriëlen. De stijl heeft, overal waar men haar toepaste, regionale elementen in zich opgenomen en kon uitstekend overweg met wat plaatselijk in de mode was. Op verschillende plaatsen werden oosterse elementen geďntroduceerd (met name in Hongarije, maar ook in Nederland). In Finland strookten de doelstellingen met die van de nationaal-romantische beweging. In Duitsland nam de stijl folkloristische motieven op. Voornaamste verschil tussen de Frans-Belgische art nouveau en de Duits-Oostenrijkse Jugendstil in enge zin zijn de vloeiender, ijlere lijnen van de art nouveau tegenover de strengere, hoekiger Jugendstil.
Jugendstil is in vrijwel alle Europese metropolen en (vooral ook) provinciesteden te vinden (en ook in de Nieuwe Wereld, bijvoorbeeld in Chicago). Een selectie (gegroepeerd naar de toenmalige geografie):
- in Oostenrijk-Hongarije: bovenal Wenen (gebouwen van Otto Wagner, schilderkunst van Gustav Klimt), en Praag; verder Ljubljana en Lviv en in het Hongaarse deel Boedapest, Kecskemét, Oradea, Tirgu Mures en Subotica,
- in Duitsland: München, Darmstadt, Hagen, Leipzig en Weimar,
- in België: Brussel (Victor Horta),
- in Frankrijk: Nancy (glaskunst) en Parijs,
- in het Russische rijk: Riga, Helsinki en Lodz,
- in Spanje: Barcelona met het werk van Antoni Gaudí,
- in Noorwegen: Aalesund en Oslo,
- in Groot-Brittannië: Glasgow,
- in Nederland: relatief weinig, met name panden in Den Haag.
Wenen, Praag, Brussel en Riga mogen de hoofdsteden van de Jugendstil worden genoemd. Schilderkunst
Schilders die zich lieten inspireren door de Jugendstil waren: