Tagoror  

Encyclopedie




Kathedraal van Chartres

Een van de meest kunstzinnige bouwwerken uit het rijtje van de door veel mensen genoemde niet-klassieke wereldwonderen is de Kathedraal van Chartres in Frankrijk.

Bouwgeschiedenis

Het huidige bouwwerk is de zesde kathedraal die op die plek werd opgetrokken. De eerste werd in 743 in brand gestoken door een Franse edelman, de tweede werd door de Denen in 858 platgebrand en de drie volgende werden, eveneens door brand, verwoest in respectievelijk 962, 1020 en 1194.

Toch begon men vrijwel meteen met de bouw van een nieuwe kathedraal, een voorbeeld van Gotische bouwkunst. 26 jaar later was men gereed met de hoofdstructuur. Gaandeweg werden de beroemde 173 gebrandschilderde ramen, de beelden en de andere versieringen aangebracht. In 1260 werd het gebouw opgeleverd.

Locatie en uiterlijk

De kathedraal staat op een heuvel met uitzicht op Chartres.

De combinatie van licht van buiten en de gebrandschilderde ramen geeft een aparte blauwe gloed, ook wel het blauwe Chartreslicht genoemd.

Het meest fameuze raam is de noordelijke rozet, waarin afbeeldingen van engelen, koningen, duiven en bijbelse profeten het centrale punt omringen, de maagd Maria met Christus.

De beroemdste reliek van de kathedraal is een hoofddoek waarvan gezegd wordt dat Maria die gedragen heeft. Het werd in 876 geschonken door Karel de Kale, kleinzoon van de eerste keizer van het Heilige Roomse Rijk, Karel de Grote.


Uitgebreidere beschrijving:

De kathedraal is in korte tijd gebouwd. Van 1194 tot circa 1220 slaagt een gemeenschap van nog geen 10.000 zielen er in de Notre Dame van Chartres te bouwen, het grootste en hoogste bouwwerk dat de Westerse Christenheid heeft voortgebracht. Ze bouwden hem voor Maria, die Chartres zou hebben gekozen als haar speciale residentie hier op aarde.

Chartres was met de Mariacultus verbonden, en dat vergrootte het aanzien er van. Op de vier Mariafeesten werden in Chartres textiel- en handelsbeurzen gehouden.
Rond 850 werd de oorspronkelijke kathedraal van Chartres door de Noormannen vernietigd. Koning Karel de Kale had de kathedraal de Sancta Camisa geschonken, het kleed dat Maria gedragen zou hebben toen zij Jezus baarde.
Na een van de branden begon men rond 1150 aan de westkant het koningsportaal te bouwen. Dit bevatte ook beelden van de grondleggers van de wetenschap (Pythagoras, Euclides en Aristoteles) en allegorische figuren die de Vrije Kunsten voorstelden (muziek, astronomie, rekenkunde, meetkunde en dialectiek). De moeder van God zwaaide hier zelf de scepter over.
In het midden zetelt de zegenende Christus, geflankeerd door een man (Mattheus), een adelaar (Johannes), een leeuw (Marcus) en de os (Lucas). Dit tableau is gebaseerd op het visioen van de evangelist Johannes, dat hij op Padmos kreeg.
In 1194 wordt een groot deel van het stadscentrum van Chartres vernietigd, ook de kathedraal, op de crypte en het voorste gedeelte na. De Sancta Camisa bleef echter behouden. Dit werd opgevat als een teken dat Maria gewild had dat de oude kathedraal zou verbranden, opdat er een grotere en mooiere gebouwd zou worden! Ook edelen en kooplieden hielpen de ossekarren met stenen van de groeve (op 8 km van de stad) naar de bouwplaats te trekken.
De metselaars werkten in losjes georganiseerde groepen van ca 70 of 80 man.
Je ziet een verschil in bouwtechniek in de massieve steunberen van het priesterkoor, en het lichte web van steunberen die het middenschip ondersteunen.
Waarschijnlijk werd het gebouw in horizontale lagen opgetrokken, in 25 à 30 bouwperiodes. De bouwperiodes waren noodzakelijk, om de kalkmortel te laten drogen, krimpen en zetten (zes maanden of langer), maar ook om het nodige geld bij elkaar te krijgen (met behulp van relikwieën).
Men bouwde voort op de oude fundering, en kon daarom alleen in de hoogte uitbreiden: tot 36 meter, de grootste hoogte tot dan toe. De bouwmeester gebruikte een nieuw soort gewelf, een waarbij de welfribben tot de grond toe doorliepen. Dit was een revolutionaire breuk met de oudheid, waar de muren de dragers van het dak waren, en met de Romaanse kunst, waar het dak gedragen werd door een bos van zware pilaren. Het plafond bestond uit rechthoeken, die van muur tot muur liepen, gekruist werden door ribben en in het midden een sluitsteen hadden die alles op zijn plaats hield. Nu konden de muren doorbroken worden, en van grote ramen voorzien! De naar buiten gerichte kracht werd opgevangen door luchtbogen en steunberen. Dit was de eerste keer in de geschiedenis dat deze luchtbogen een integraal onderdeel vormden van een bouwwerk. Men vergeleek ze met boekensteunen.
Men ontdekte opgelucht dat de roosvensters de winddruk konden weerstaan; waarschijnlijk omdat ze de vorm hadden van het karrewiel, het enige voorbeeld dat men kende
Chartres heeft de meest complete verzameling oorspronkelijke gebrandschilderde ramen (176).
De crypte en het ondergedeelte van de voorgevel dateren nog van voor 1194, en zijn dus romaans van stijl. Het koor is afgesloten in renaissancestijl.
De kathedraal was in de middeleeuwen niet alleen een religieus, maar ook een economisch en sociaal centrum.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.