Tagoror  

Encyclopedie




Kleur

Kleur ontstaat voor onze waarneming wanneer elektromagnetische straling met een golflengte tussen 720 en 400 nanometer ons oog bereikt. De term kleur wordt ook gebruikt voor voorwerpen die door een weerkaatsing van een gedeelte van het elektromagnetische spectrum deze interactie veroorzaken.

Table of contents
1 natuurkundige aspecten
2 fysiologische aspecten
3 ergonomische aspecten
4 psychologische aspecten

natuurkundige aspecten

Elektromagnetische straling is een mengsel van straling van verschillende golflengten en intensiteit.

Wanneer deze straling een golflengte binnen de voor mensen waarneembare grens heeft (ongeveer van 380 tot 740 nm) wordt deze straling licht genoemd. Het spectrum van het licht wordt bepaald door de intensiteit van de verschillende golflengten. Het volledige spectrum van het binnenkomende licht bij een voorwerp bepaalt het visuele voorkomen van het voorwerp, inclusief de kleurwaarneming.

Een oppervlakte die alle golflengten in gelijke grote mate absorbeert wordt zwart genoemd, een voorwerp dat alle golflengten in gelijke mate weerkaatst wordt wit genoemd.

De bekende regenboog toont een spectrum -- zo door Isaac Newton in 1666 genoemd naar het Latijnse woord voor beeld -- en bevat alle kleuren die uit een enkele golflengte van zichtbaar licht bestaan, het pure spectrum of de monochromatische kleuren:

rood  ~ 625-740 nm  
oranje  ~ 590-625 nm
geel  ~ 565-590 nm  
groen  ~ 520-565 nm  
cyaan  ~ 500-520 nm  
blauw  ~ 450-500 nm  
indigo  ~ 430-450 nm  
violet  ~ 380-430 nm  

De golflengten zijn gegeven in nanometers (nm).

De hierboven weergegeven tabel moet niet als uitputtend worden beschouwd, het spectrum van kleuren is continu. In hoeveel kleuren het wordt opgedeeld is afhankelijk van smaak en cultuur. De zeven traditioneel genoemde kleuren in onze streken, worden gemakkelijk onthouden via het volgende ezelsbruggetje: het letterwoord ROGGBIV staat voor in volgorde: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet.

Er zijn zeer veel kleuren die een eigen naam gekregen hebben. Zie hiervoor de lijst van kleuren.

Ook zal de intensiteit van een kleur van invloed zijn op de waarneming, bijvoorbeeld, een lage intensiteit oranje zal als bruin worden ervaren.

fysiologische aspecten

Het onderscheiden van kleuren wordt mogelijk gemaakt door drie verschillende typen lichtgevoelige cellen in het netvlies, kegeltjes genoemd. Deze kegeltjes zijn vooral goed vertegenwoordigd in de gele vlek, een gebied diametraal tegenover het midden van de lens van het oog. Daar is onze gezichtsscherpte dan ook het grootst ('oplossend vermogen': 1 boogminuut).

Elk type kegeltje bevat een ander kleurpigment en heeft daardoor een eigen gevoeligheids-maximum. De krommen die de gevoeligheid van de kegeltjes over het spectrum beschrijven, overlappen elkaar wel grotendeels, zie onderstaande figuur.

Toch ervaren we kleuren niet als een mengsel van drie kleuren. We kunnen zelfs nauwelijks onderscheid maken tussen zuiver geel (bijvoorbeeld van een Natriumlamp) en een mengsel van rood en groen licht aan de andere kant. Ook het verschil tussen violet en een mengsel van blauw en rood is niet duidelijk. Kennelijk wordt er ergens tussen het netvlies en de bewustwording een vertaalslag gemaakt naar andere grootheden:

grootheidvoorbeeld-gradiëntbereik
tint (hue)van blauw-violet naar groen
verzadiging (saturation)van 0 naar 75% verzadiging
intensiteit (value)van 0 naar 60% intensiteit

De tint wordt bepaald door overheersing van de indruk van een of twee van de drie soorten kegeltjes. Als de indrukken gelijk zijn, nemen we wit of grijs waar. Bij overheersing van 'L' en 'M' ervaren we de kleuren rood, oranje, geel en groen; bij overheersing van 'M' en 'S' ervaren we groen, blauw en violet. Daarmee hebben we alle kleuren van de regenboog gehad. We kunnen hieraan nog overheersing van 'S' en 'L' toevoegen, waarmee we de kleurencirkel rond hebben gemaakt met nuances van paars.

Hoe zeer 'kleur' een subjectief begrip is, blijkt wel uit het verschijnsel kleurenblindheid, het niet goed of geheel niet functioneren van één of meer typen kegeltjes. Kleuren als rood en groen worden dan (bij niet-functioneren van de 'groene' kegeltjes bijvoorbeeld) gezien als geel (?) en grijs.

ergonomische aspecten

Ondanks de hoge beeldscherpte binnen de gele vlek, 1 boogminuut, hebben we aanzienlijk meer beeldpunten nodig om de kleur te herkennen. Het oplossend vermogen voor het waarnemen van kleur komt daarmee op maar liefst 25 boogminuten.

Dit effect is zelfs zo sterk, dat als vele stippen met verschillende kleur op een wit oppervlak naast elkaar gezet worden, dit in de hersenen het effect van een enkele kleur geeft. Dit effect wordt gebruikt in de schilderkunst (zie Pointillisme) en in druktechnieken rasteren van kleurenfoto's e.d..

psychologische aspecten

Vermelden dat kleuren ook psychologische aspecten hebben, is het intrappen van een open deur. De 'psychologische' betekenis van kleuren is voor een deel zelfs universeel: rood wordt overal wel geassocieerd met gevaar, liefde en oorlog (verbanden daartussen te zoeken, lijkt een hachelijke onderneming). Maar ook kleuren als blauw en wit roepen internationaal ongeveer dezelfde associaties op. Ze komen dan ook verrassend vaak voor in nationale vlaggen.


Zie ook: kleurcodering, Kleurencirkel, CMYK
rood, oranje, geel, groen, cyaan, blauw, indigo, violet, zwart, wit, grijs, bruin
primaire kleur, secundaire kleur, tertiaire kleur




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.