Geschiedenis
Moskou wordt voor het eerst genoemd in 1147. Op dat moment is het nog slechts een klein stadje in een afgelegen provincie. In 1156 bouwde prins Yury Dolgoruky een houten muur en een gracht rond de stad. Deze hadden echter niet het gewenste resultaat, want in 1177 werd de stad tot de grond toe afgebrand en haar bevolking uitgemoord. In 1237-1238 werd de stad door de Mongolen veroverd, en opnieuw werd de stad afgebrand en de bevolking uitgemoord. De stad herstelde zich echter, en werd de hoofdstad van een onafhankelijk prinsdom. Rond 1300 werd het geregeerd door prins Daniel, een zoon van Alexander Nevsky. Vanwege haar strategische positie nabij de bovenloop van de Wolga groeit de stad langzaam maar gestaag. Ook haar stabiliteit en rijkdom trekt vluchtelingen van elders in Rusland.
Langzaam breidt de stad zich uit, en onder Ivan I verslaat Moskou Tver in de strijd om de troon van Vladimir. Van de Khan krijgt het de belangrijke concessie dat het prinsdom niet wordt verdeeld onder zijn zonen, maar als een geheel op zijn oudste zoon overgaat. De Khan van de Gouden Horde probeert aanvankelijk de macht van Moskou in te perken, maar als de macht van Litouwen groeit, ziet hij in Moskou een belangrijke bondgenoot. Onder Ivan III bevrijdt Moskou zich van de Mongoolse overheersing en groeit het uit tot hoofdstad van geheel Rusland. Dat blijft het tot 1700, als Peter de Grote Sint Petersburg sticht en het tot de nieuwe hoofdstad maakt.
Bij de invasie door Napoleon in 1812, steken de Moscovieten hun eigen stad in brand en verlaten het. Napoleons troepen trekken Moskou binnen, maar moeten zich spoedig terugtrekken, en worden verslagen door honger en kou.
Na de Russische revolutie maakt Lenin Moskou opnieuw de hoofdstad.
Transport
Moskou kent een uitstekend metrosysteem. De aanleg begon in 1935, en het kent nu 11 lijnen en meer dan 150 stations.
Sport
De Olympische Spelen van 1980 werden in Moskou gehouden, met uitzondering van het zeilen, dat in Tallinn plaatsvond.