Het Impressionisme liep in Parijs uit op zijn laatste expositie, de 8ste, in 1886. Camille Pissarro, Berthe Morisot en Edgar Degas namen er nog aan deel. Er waren nog 17 deelnemers met 249 gecatalogeerde nummers. Ze werd gehouden in de rue Lafitte van 15 mei tot 15 juni. Het werd toen al een contestatie-ontmoeting met Georges Seurat en Paul Signac. Hoewel de stijl nog beoefend werd door b.v. Claude Monet tot aan zijn dood, in 1926, en er culmineerde in zijn meesterlijke "Waterlelies" van Giverney, toch kregen Seurat, Signac, Henri Edmond Cross en Camille Pissarro het voor het zeggen met het neo-impressionistische Pointillisme.
In hetzelfde 1886 vormden Paul Gauguin, Claude Emile Schuffenecker en Emile Bernard, in Bretagne, de School van Pont-Aven, met meer symbolistisch gericht werk. In 1889 hielden ze hun 1ste expositie, te Parijs, in het café "Volpini", tijdens de "Exposition Universelle".
In 1888 ontstonden de Nabis met het representatieve "Talisman" van Paul Sérusier. Tot 1893 werd de groep uitgebreid met oa. Pierre Bonnard, Edouard Vuillard, Félix Vallotton, Maurice Denis en Aristide Maillol.