Er is niet altijd papier geweest. Toen de mensen nog niet konden schrijven beschilderden ze de muren van hun grotten. Later schreven ze op alles wat lang meeging: botten, schelpen en op het schild van een schildpad. De Romeinen schreven op wastafeltjes. Dit waren houten bordjes met was bedekt. Dit duurde erg lang en het was nauwkeurig werk. Het woord papier komt van papyrus, dit is een soort riet (Cyperus papyrus) dat in Egypte langs de Nijl groeide. In de oudheid sloeg men de stengels van dat riet plat, waardoor er rafels (vezels) ontstonden waar men vervolgens matjes van vlocht. Na het drogen kon men hier dan op schrijven.
Later schreven de mensen op perkament. Dat werd gemaakt van dierenhuiden. Op dat perkament werd geschreven met ganzeveren. Heel veel perkament is nu nog te zien in musea. Deze boeken zijn oud en erg kostbaar.
De wesp was de eerste papierfabrikant. De wesp bouwde haar nest van een soort karton. Vezels van het bamboeriet mengde ze met haar speeksel tot een brei. De brei droogt en word hard. Er wordt wel eens verteld dat een Chinees dit werk van wespen heeft afgekeken, en het papier heeft uitgevonden. Hij klopte vezels van het bamboeriet tot brij. Die brij verdunde hij met water en liet het drogen: hij had een vel papier gemaakt.
Over de hele wereld is papier in omloop. Eeuwenlang bewaarden de Chinezen hun geheim. Toen namen de Arabieren Chinese papiermakers gevangen, tijdens een oorlog tussen Arabië en China. Zo leerden de Arabieren papier maken. Later gebruikten ze fijnere materialen, zoals katoenen en linnen lompen. In de middeleeuwen ontdekten ze dit prachtige papier in Europa. Ze namen het in hun schepen mee naar Frankrijk. Franse en Italiaaanse kooplui gingen naar Arabië om papier te kopen. Later vonden ze het goedkoper om zelf papier te maken.
Er ontstond een nieuw beroep, dat van de voddenman. Hij kocht in de dorpen lompen op, om ze heel duur te verkopen aan de papiermolen. In Nederland bouwde men in 1400 de eerste papiermolen. Voor die tijd wordt papier ingevoerd uit Frankrijk en Italië.
Papier van oude kleren
In de papiermolen werden de lompen gesorteerd. Heel vroeger gebruikten men alleen witte stoffen. Dan maakte men de lompen nat en liet ze rotten. Daarna werden ze in smalle stroken gesneden en in een kuip met water gedaan. Urenlang stampten hele grote houthamers de lompen tot hele kleine vezeltjes die zich vermengden met het water. Nu was de papierbrij klaar. Om beter papier te krijgen, mengde men een beetje lijm door de brij.
Een vel papier werd geschept. De papiermaker dompelde zijn schepvorm onder in de kuip met brij. Als hij hem eruit haalde, moest hij hem eerst heel goed schudden zodat de brij over de vorm verdeeld werd. Er lekte veel water uit, maar toch was het vel nog te nat en te slap. Daarom werd het tussen twee dikke viltlagen gelegd en tussen twee planken geperst. De rest van het water stroomde weg. Tot slot werden de vellen aan droogstokken opgehangen om te drogen.
In de papierfabriek
De papiermolens zijn vervangen door papiermachines. Die maken het papier niet meer vel voor vel, ze maken wel 2000 meter papier per minuut. Waarvan wordt papier gemaakt?
Veel papier wordt van hout gemaakt, maar in papier ook veel van afvalpapier gemaakt. De belangrijkste houtsoorten die in Europa worden gebruikt voor de productie van papier en karton zijn naaldhout en loofhout. Het overgrote deel komt uit productiebossen en plantages in Scandinavië, zuidwest Europa en Noord-Amerika. Die bossen worden duurzaam beheerd. De papierindustrie gebruikt vooral dunningshout - kleine bomen en snoeihout als takken en kleine stammen - en zagerijresten. De dikkere delen van de stammen en de grotere bomen worden gebruikt voor de bouw-, meubel- en emballageindustrie.
De bomen worden met een machine fijn gemalen tot een houtpap en daarna in een grote ketel geweekt. Hiervan worden kranten gemaakt, dit papier vlekt. Voor papier waarop je kan schrijven wordt de houtpap gekookt. Om de bossen te sparen, gebruiken de papierfabrikanten steeds meer oud papier. Van duizend kilo oud papier kunnen ze evenveel nieuw papier maken als van acht bomen. Maar dat is niet voldoende - en omdat we de bossen niet kunnen missen worden veel bomen opnieuw aangeplant.
Digitaal papier
Een elektronisch boek (e-boek) bestaat al geruime tijd: een klein apparaat waarbij je een volledig boek kan inladen via internet.
Het elektronisch papier komt er echter ook aan: hierbij kunnen de teksten eindeloos gewist en ingeladen worden.
Displays gebaseerd op deze "elektronische inkt" worden reeds toegepast voor reklamedispays in winkels.
Bron
Een klein deel van de tekst op deze pagina is afkomstig van de website van het ministerie van VROM