Paramaribo is de hoofdstad van Suriname. De stad is gelegen aan de westoever van de Surinamerivier, ongeveer 23 kilometer van zee. Er wonen circa 300.000 mensen.
Geschiedenis
De naam is waarschijnlijk een verbastering van de naam van een Indianendorp, Parmirbo geheten. Aan het begin van de 17e eeuw vestigden Nicolaes Baliestel en Dirck Claez bij dit dorp een handelspost. Deze viel in Engelse handen. De Engelsen bouwden er een fort, Fort Willoughby genaamd. Ze vestigden zich echter in Thorarica, een landinwaarts gelegen plaatsje ten zuiden van Paramaribo. In 1667 werd het gebied veroverd door een Zeeuwse expeditie met zeven schepen onder Abraham Crijnssen. De Zeeuwen noemden het fort Zeelandia en doopten Paramaribo om in Nieuw Middelburg, een naam die nooit aansloeg. Fort Zeelandia werd het centrum van de nieuwe kolonie; zo belangrijk dat Paramaribo door niet-inwoners nog altijd foto wordt genoemd, een verbastering van fort. Vanaf het fort werd Paramaribo westwaarts uitgebreid, waarbij werd gebouwd op zogeheten ritsen, strookvormige schelpafzettingen.
Meerdere malen vonden grote stadsbranden plaats; de grootste was in 1821. Na de afschaffing van de slavernij in 1863, en het aflopen in 1873 van de tienjarige periode van gedwongen arbeid, trokken veel ex-slaven naar de stad. Dit maakte de eerste grote stadsuitbreiding noodzakelijk. Tot 1950 woonden arm en rijk doorelkaar. Op de erven van grote woningen werden huisjes voor de slaven gebouwd; later vestigden zich hier de armen. Vanaf 1950 ontwikkelt de overheid grote bouwprojecten, en zijn de rijken naar het zuidwesten van de stad getrokken.
In 1987 vond in Suriname een bestuurslijke herindeling plaats. District Paramaribo werd hierbij onderverdeeld in 12 ressorten (wijken).
Sinds juli 2002 staat het historische centrum van Paramaribo op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een van de beschermde gebouwen is de kathedraal, die vrijwel geheel uit hout is opgetrokken en daardoor een voortdurend 'zorgenkindje' is. Na grondige restauratie is het gebouw nu multifunctioneel. In de kathedraal bevindt zich het graf van Petrus (Peerke) Donders, een door de Rooms-Katholieke kerk heilig verklaarde geestelijke.