Tagoror  

Encyclopedie




Pécs

Pécs is de op vier na grootste stad van Hongarije. De stad ligt in het zuidwesten van het land, in de beschutting van het Mecsekgebergte, even ver van de Donau als van de Drau. Het is de hoofdstad van het comitaat Baranya en telt 157.300 inwoners. Als zuidelijkste grote stad van Hongarije wordt de stad gekenmerkt door een mediterraan aandoende atmosfeer. Bovendien herbergt de stad de opvallendste Turkse bouwwerken van Hongarije, die in het land verder niet bijzonder talrijk zijn.

Pécs is een universiteitsstad en heeft mijnbouw (uranium, steenkool), keramische industrie (de porseleinfabriek Zsolnay), lederwaren- en voedingsmiddelenindustrie. De streek ten zuiden van de stad produceert wijn. De kunstenaar Viktor Vasarely werd in Pécs geboren.

Geschiedenis

Pécs bestond al in de Romeinse tijd, toen zich hier de nederzetting Sopianae bevond op een eerder door Keltische stammen bewoonde plaats. Na de komst van de Hongaren in de tiende eeuw, stichtte koning Stefan de Heilige hier in 1009 een bisdom. De stad stond destijds in het Latijn bekend als Quinque Ecclesiae, naar de vroegchristelijke kerken die hier al stonden, en waarvan de traditionele Duitse naam Fünfkirchen is afgeleid. De opvolger van Pécs’ eerste bisschop legde de basis van de nog steeds bestaande kathedraal.

Pécs beleefde zijn bloeitijd in de veertiende en vijftiende eeuw. In 1367 kreeg Pécs als vijfde stad in Europa een universiteit, gesticht door koning Lodewijk de Grote. De stad werd een centrum van het humanisme en kreeg in 1440 als eerste stad in Hongarije een openbare bibliotheek. Van 1543 tot 1686 maakten de Turken in Pécs de dienst uit. Zij lieten de stad onder meer een prominente moskee na.

Na de verdrijving van de Turken werd het ontvolkte Pécs voor een groot deel bevolkt door Servische en Duitse nieuwkomers en ontstond een barokstad op de puinhopen. Keizerin Maria-Theresia gaf Pécs in 1780 de rang van Vrije Koninklijke Stad. In de negentiende eeuw kwam de industrie op gang (steenkoolwinning, porseleinfabriek Zsolnay) en kreeg Pécs een spoorwegverbinding met Boedapest. Aan het eind van de negentiende eeuw was de bevolking weer overwegend Hongaars. Uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dateert de uraniumwinning bij de stad.

Stadsbeeld

Middelpunt van de stad is het aflopende Széchenyi-plein rond de voormalige moskee, het grootste Turkse bouwwerk in Hongarije. Aan de rand van de binnenstad bevindt zich een kleinere moskee met een twaalfkante minaret. De Turken lieten elders in de stad nog een grafkapel en een fontein na en, minder zichtbaar, een stelsel van waterbuizen.

In de noordwesthoek van de binnenstad bevindt zich het Domplein met de domkerk, waarvan de oudste elementen uit de elfde eeuw dateren en waarvan de vier even hoge hoektorens het meest in het oog springen. Het is een van de twee voornaamste kerken in romaanse stijl in Hongarije (de andere staat in het dorp Ják). Curieus is dat de hoofdfaçade de zuidelijke is en niet de westelijke. Het interieur is nauwelijks origineel. Aan het Domplein staat ook het bisschoppelijk paleis en onder het plein bevindt zich een 4e-eeuwse grafkamer.

Pécs heeft veel musea, gewijd aan Viktor Vasarely, aan de Zsolnay-fabriek, aan de Turkse tijd en aan de geschiedenis van de stad en van Hongarije.

Pécs ligt aan de voet van de heuvels en is goed te bekijken vanaf de 194 m hoge televisietoren, een van de symbolen van de stad, die zich op een van de heuvels bevindt.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.