Het Cimetière du Père-Lachaise is de grootste begraafplaats van Parijs. Het is gelegen op en rondom de heuvel Champs-l'-Evêque.
Geschiedenis
Het terrein behoort vanaf 1626 toe aan de jezuietenorde. François De La Chaise d'Aix, de biechtvader van Lodewijk XIV, woont er van 1675 tot 1709. Hij is onder tijdgenoten bekend als 'Père De La Chaise'.
Het landgoed wordt in 1762 verkocht om schulden van de jezuieten te kunnen afbetalen. Na de Franse Revolutie vervalt het bezit aan de stad Parijs die er in 1804 een begraafplaats van maakt met de naam 'Cimetière De l'Est'.
Onder de Parijse bevolking staat de begraafplaats van meet af aan bekend als 'Cimetière du Père-Lachaise'
Het terrein wordt ingericht door Nicolas Frochot, die de autoriteiten ertoe overhaalt om, bij wijze van reclamestunt, Abélard en Heloïse, Molière en La Fontaine op de locatie te laten herbegraven.
Père-Lachaise is vanaf dat moment een prestigieuze laatste rustplaats. De gegoede burgerij van Parijs laat in de jaren die volgen, geïnspireerd door de Romantische tijdgeest, menig grotesk grafmonument op het terrein verrijzen.
In de periode tot 1850 wordt de de begraafplaats vijf maal uitgebreid. De oorspronkelijke 17 hectare van het jezuieten-landgoed groeien in die tijd uit tot de huidige oppervlakte van 43 hectare.
Beeldhouwkunst
Beroemde voorbeelden van Romantische beeldhouwkunst zijn op Père-Lachaise te zien. Vermeldenswaard zijn onder andere:
- de tombe van de familie Raspail (1854), door Antoine Etex.
- het graf van Pierre Gareau (circa 1816), door Francois Milhomme.
- het graf van Jacob Robles (1849), door Auguste Préault.
Graven van beroemdheden
Diverse groten der aarde hebben op Père-Lachaise hun laatste rustplaats gevonden:
- schrijvers
- Colette,
- de Engels-Ierse schrijver Oscar Wilde. Zijn grafmonument werd in Egyptische stijl ontworpen door Jacob Epstein
- Honoré de Balzac
- de fabelschrijver Lafontaine
- Molière
- musici
- schilders