Pruisen is de historische naam van een aantal gebieden in oostelijk en centraal Europa, respectievelijk - Het land bewoond door het gelijknamige volk aan de zuidoostkust van de Oostzee, dat in de middeleeuwen onder Poolse en Duitse invloed kwam;
- Het koninkrijk dat vanaf 1701 werd geregeerd door de Duitse Hohenzollern-dynastie, omvattende Pruisen en Brandenburg met Berlijn als hoofdstad, dat gedurende de 18e en 19e eeuw grote delen van Noord-Duitsland en West-Polen veroverde en in 1871 Duitsland onder zijn leiderschap verenigde; en
- Het 'Land' (staat) ontstaan na de val van de Hohenzollerns in 1918, dat het grootste deel van het voormalige koninkrijk omvatte en dat door de geallieerden werd ontbonden in 1947 als onderdeel van de politieke reorganisatie van Duitsland na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog.
Het oorspronkelijke Pruisische volk, voornamelijk jagers en veetelers, maakte deel uit van de Baltischee familie van Indo-Europeanen. Ze waren verwant aan de Letten en Litouwers en leefden in stammen in de toen zwaar beboste streek tussen de rivieren Weichsel en Nemunas. Vroege pogingen om de Pruisen tot het christendom te bekeren - voornamelijk door Sint Adalbert en Sint Bruno van Querfurt aan het begin van de 11e eeuw - waren niet succesvol. In de 13e eeuw werden de Pruisen echter overwonnen en bekeerd door de Duitse Orde, aan wie het Pruisische land was beloofd door de Poolse hertog Conrad van Mazovië als hulp tegen de Pruisische invallen. Het Pruisische land werd bezet, kastelen werden gebouwd voor de adel en vele Duitse boeren werden binnengehaald om het land te bewerken. Tegen het midden van de 14e eeuw sprak het merendeel van de Pruisische bevolking Duits, toch hield de Oud-Pruisische taal tot in de 17e eeuw stand. Tegen de 17e eeuw was de oorspronkelijke bevolking geheel geassimileerd.
Vijftiende eeuw
In de 15e eeuw, door de beide vredesverdragen van Thorn (1411 en 1466), werd de Duitse Orde gedwongen het westelijk deel (koninkrijk Pruisen) af te staan aan de Poolse Kroon en moest Poolse soevereiniteit toestaan over de rest. De Hohenzollerns verkregen het grondgebied van de Orde in 1525 als erfelijk Hertogdom (Oost-Pruisen) met als hoofdstad Koningsbergen. Het kwam in 1618 onder direct beheer van Brandenburg. Tegen het eind van de 17e eeuw, voornamelijk door de bemoeienissen van Friedrich Wilhelm (1640-1688), was Brandenburg-Pruisen een verenigde en financiëel gezonde staat geworden, de vaandeldrager van het Duits Protestantisme en een belangrijke macht binnen Europa.
Achttiende eeuw
In 1701 kreeg Friedrich III, zoon en opvolger van Friedrich Wilhelm, toestemming van Keizer Leopold I om de titel 'Koning van Pruisen' te voeren als Friedrich I. Tijdens zijn regering voegde hij de graafschappen Mörs, Lingen en Tecklenburg toe aan het grondgebied van Pruisen. Koning Friedrich Wilhelm I (1713-1740) voegde hier nog meer grondgebied aan toe onder de verdragen van Utrecht en Stockholm. Hij maakte goed gebruik van de bescheiden opbrengsten van zijn koninkrijk en door verstandig beheer en met behulp van een effectief leger van vrijwilligers wist hij de financiële reserves verder uit te breiden.
Friedrich II (Frederik de Grote, 1740-1786), een briljant staatsman en generaal, gebruikte dit formidabele leger om de grote en welvarende provincie Silezië af te pakken van Habsburg-Oostenrijk (1740) en in 1772 nam hij West-Pruisen over van Polen. In 1793 en 1795 werden meer gebieden veroverd op Polen (Poolse delingen) maar het merendeel hiervan ging weer verloren in de Napoleontische oorlogen.
Negentiende eeuw
Pruisens nederlaag tegen Napoleon in 1807 leidde tot hervormingen in leger en regering en Pruisen speelde een voorname rol in de uiteindelijke overwinning op het Franse leger onder Napoleon. Door het naoorlogse Congres van Wenen (1814-1815) kreeg Pruisen het merendeel van de vooroorlogse gebieden terug en daarbij grote delen van het koninkrijk Saksen en van Rijnland. In de volgende halve eeuw werd Pruisen, samen met Oostenrijk, een van de twee leidende staten binnen de Duitse Bond. Bij de Duitse hereniging nam de Pruisense eerste minister Otto von Bismarck de leiding op zich. In de 60-er jaren van de 19e eeuw volgde een confrontatie met Oostenrijk resulterend in een overwinning in de Zevenweekse Oorlog (1866). Pruisen annexeerde vervolgens Schleeswijk-Holstein, Hannover, Hessen, Nassau en Frankfurt. De effectiviteit van het Pruisische leger werd opnieuw gedemonstreerd door de overwinning in de Frans-Pruisische Oorlog (1870-1871) waarna het Tweede Duitse Rijk werd geformeerd onder keizer Wilhelm I van Pruisen.
Twintigste eeuw
De Duitse nederlaag aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en de omverwerping van het Rijk en het Pruisische koninkrijk maakten een einde aan de overheersing door Pruisen. Het verloor delen van Silezië, Posen, West-Pruisen, Danzig, Memel, Noord-Sleeswijk, een paar kleine gebieden aan de Belgische grens en het Saardistrict als gevolg van het Verdrag van Versailles. Op 2 november 1918 brak een revolutie uit. De koning deed afstand van de troon en een regering van sociaal-democraten nam het roer over. Op 1 november 1920 werd een nieuwe grondwet aangenomen en werd Saksen een republiek onder het Weimar-regime.
Erich Zeigner, de nieuwe sociaal-democratische eerste minister ging een coalitie aan met de communisten. Na een aantal conflicten gaf de Duitse kanselier Gustav Stresemann op 29 oktober 1923 opdracht aan het leger om Saksen binnen te vallen en de regering af te zetten. Saksen werd een 'Land' binnen de Weimarrepubliek met meer beperkingen dan daarvoor en met weinig invloed op het Rijksbestuur. Gematigde sociaal-demokraten bestuurden Saksen tot 1929. In 1933 kwamen de Nazi's aan de macht. De Pruisische grondwet werd nietig verklaard maar Pruisen bleef wel een eenheid voor administratieve doeleinden.
Na de Tweede Wereldoorlog
In 1945, na het verlies in de Tweede Wereldoorlog, kwam Duitsland onder beheer van de vier geallieerde grootmachten - Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, de Sovjetunie en Frankrijk. Noordoost-Pruisen werd geannexeerd door de Sovjetunie, de rest van het 'Land' oostelijk van de Oder-Neisselijn werd toegewezen aan Polen, de rest werd verdeeld over de Sovjet-, Britse- en Franse bezettingsmacht. Eén van de weinige acties van de 'Geallieerde Controleraad' was het formeel opheffen van Pruisen op 1 maart 1947.