Rijn
De Rijn is zo lang dat verschillende gedeeltes verschillende namen gekregen hebben: - Het gedeelte tot het Bodenmeer heet de "Alpenrijn" (gedeeltelijk de grens tussen Zwitserland en achtereenvolgens Liechtenstein en Oostenrijk);
- Van Konstanz tot Basel volgt de "Hoogrijn" (gedeeltelijk de Zwitsers-Duitse grens);
- Tot Bingen de "Bovenrijn" (gedeeltelijk de Duits-Franse grens);
- Tot Bad Godesberg de "Middenrijn" (met de Lorelei);
- Tenslotte komt de "Nederrijn" (tot over de Duits-Nederlandse grens).
Vooral heet de Rijn over dit hele traject echter "Rijn". Waterval
Bij Schaffhausen bevindt zich in de Rijn de grootste waterval van Europa.
Takken
Maar het is de Rijn niet vergund om ook onder haar eigen naam in zee uit te monden. Nadat de rivier op Nederlands grondgebied eerst het merendeel van haar water afstaat, eerst aan de Waal en dan aan de IJssel, komt er een punt waar de oorspronkelijke, nu afgedamde hoofdstroom bij Wijk bij Duurstede rechtsaf buigt. Deze mondt uiteindelijk als Oude Rijn bij Katwijk aan Zee in zee uit. De huidige hoofdstroom gaat verder als de Lek, vloeit in een uitgebreide rivierdelta samen met de Maas, en bereikt uiteindelijk via de Nieuwe Waterweg en het Hollands Diep de Noordzee.
Zijrivieren
Belangrijke zijrivieren van de Rijn zijn de Aare in Zwitserland, en de Neckar, de Main, de Moezel, de Lahn, de Ruhr en de Lippe in Duitsland. Al deze rivieren, op de Aare en de Moezel na, komen van rechts in de Rijn uit.
Steden
Op haar tocht stroomt de Rijn langs, en soms door, een groot aantal steden. Deze steden staan hieronder opgesomt, met daarbij de oever waarop ze liggen. Bij steden aan beide oevers staat de zijde met het centrum eerst vermeld. Langs de Rijn
Langs de Nederrijn, Lek of Nieuwe Maas
Langs de Waal, Boven Merwede of Oude Maas
Langs de IJssel
Nederlanse grens
Een belangrijke plaatsnaam in verband met de Rijn is voor Nederlanders ook Lobith: bij deze plaats zou de rivier Nederland binnenkomen. Weliswaar lag Lobith inderdaad oorspronkelijk aan de Rijn, maar in de loop der eeuwen is langs het stuk rivier tussen Emmerik en Arnhem verkorting na verkorting toegepast, zodat onder andere Lobith tegenwoordig weg van de rivier ligt.
Een ander dorpje is juist gesplitst door de huidige loop van de rivier: Spijk. En sinds in 1817 de rechteroever van het dorp, tesamen met Lobith, van Duits (Kleefs) Nederlands grondgebied werd, verlaat de Rijn bij Spyk (op de Duitse linkeroever) Duitsland, en komt de Rijn bij Spijk 'ons land' binnen.
Lobith en Spijk behoren sinds 1985 tot de gemeente Rijnwaarden.
Afvoer
Volume
Gemiddeld komt over de Rijn 2200 m3/s water Nederland binnen, maar in extreme gevallen (gemiddeld eens per 1250 jaar) kan dit oplopen tot zo'n 16.000 m3/s. Over het algemeen wordt de verdeling van de afvoer over de verschillende rijntakken, de Waal, de Nederrijn en de IJssel, door Rijkswaterstaat geregeld. Met name de waterdieptes op de Waal zijn van cruciaal belang voor de scheepvaart, dus bij lage afvoeren krijgt die prioriteit.
Onder normale omstandigheden wordt de afvoer als volgt verdeeld:
- 2/3 - Waal
- 1/3 - Pannerdensch kanaal (naar het splitsingspunt Nederrijn/IJssel)
- 2/9 - Nederrijn/Lek
- 1/9 - IJssel
''Verdeling van de afvoer over de Rijntakken in
Nederland, onder normale omstandigheden
Veiligheid
De Nederlandse rivierdijken moeten waterstanden kunnen weerstaan die hooguit eens per 1250 jaar kunnen voorkomen. Voor zeedijkenen geldt een veiligheidshoogte van eens per 10.000 jaar. Tijdens de hoogwaters van 1995 moesten echter uit de omgeving van het Gelderse dorp Ochten circa 200.000 mensen worden geëvacueerd omdat de dijken het dreigden te begeven. Het debiet bedroeg toen 13.000 m3/s. Door de klimaatverandering verwacht het KNMI echter dat de jaarlijkse neerslag in het stroomgebied van de Rijn zal toenemen. Daarnaast vindt in dat gebied een verregaande verstedelijking plaats, waardoor de neerslag die er valt, sneller tot afstroming zal komen. Rijkswaterstaat verwacht daarom dat de eens-per-1250-jaar afvoer in het jaar 2050 ongeveer 18.000 m3/s zal bedragen.
Op dit moment wordt door hydrologen en dijktechnologen hard gewerkt aan maatregelen om de kans op overstromingen niet groter te laten worden, ondanks de verwachte klimaatverandering. Veel van die maatregelen zijn omstreden, zoals het plan om bij hoge afvoeren tijdelijk water in bergingspolders op te slaan.
Laagterecord
De waterstand van de Rijn bij Lobith bereikte op 21 september 2003 een laagterecord van 7.06 m boven NAP. Het vorige laagterecord dateert van 17 augustus 2003 toen de Rijn een stand bereikte van 7.16 m boven NAP. Eind september 2003 werd de stand nog lager en schommelde deze rond 6,90 meter boven NAP, de laagste stand ooit gemeten.
Deze recordlage waterstand ten opzichte van NAP betekent niet dat nog nooit eerder zo weinig water door de Rijn heeft gestroomd. Dat toch een record is bereikt heeft te maken met de bodemligging van de Rijn. De rivierbodem bij Lobith daalt door erosie ongeveer twee centimeter per jaar en snijdt daarmee als het ware in in het landschap. Doordat de bodem daalt, daalt het waterpeil automatisch mee. Ook bij deze lage waterstand van net iets meer dan 7.00 m boven NAP voert de Rijn nog ruim 800 m3/s af. Tijdens het laagwater in september 1991 was de afvoer vergelijkbaar, maar bedroeg de waterstand ten opzichte van NAP nog 7.16. Dat was toen een record.
Qua vaardiepte voor de schepen is het verschil tussen de gemeten waterstand en de bodemligging van de rivier van belang. Doordat beide door de bodemdaling in ongeveer dezelfde mate worden beïnvloed heeft bodemdaling weinig effect op de vaardiepte. Er werd daarom in 2003 wel een laagterecord in de waterstand, maar geen laagterecord in vaardiepte bereikt.
Waterkwaliteit
Midden jaren zeventig was het water in de Rijn sterk vervuild. Er werd veel ongezuiverd afvalwater in geloosd door de vele huishouden en industrieën langs de rivier. De vervuiling was zo sterk dat nagenoeg al het leven uit de Rijn verdwenen was. De waterkwaliteit van de Rijn kreeg kwam in de aandacht van miliegroeperingen, media en de overheid. Bovendien werd in Nederland water ingenomen uit de Rijn om er drinkwater van te maken. De vervuiling door stroomopwaarts gelegen gebieden vormde daarvoor een groot probleem. Er kwamen steeds strengere regels en het water werd steeds meer gezuiverd alvorens te worden geloosd. Ook werd er een internationaal overleg in het leven geroepen door de landen die in het stroomgebied van de Rijn lagen: Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Hier werden afspraken gemaakt om de waterkwaliteit te verhogen.
Een sprong voorwaarts werd gemaakt door een ongeluk bij het chemiebedrijf Sandoz in Basel in 1986. Hierdoor stroomden grote hoeveelheden giftige chemicaliën de Rijn in. Door de grote aandacht die het kreeg in de media, waren bedrijven en overheden gestimuleerd om de aanpak van de vervuilingen en veilgheid te verbeteren. Eén van de hardnekkigste problemen waren de lozingen van zout door de kalimijnen in Frankrijk. Zout is lastig uit het water te zuiveren en vormde een probleem voor de inname van drinkwater in Nederland. Anno 2004 zijn ook deze lozingen behoorlijk teruggebracht en is de kwaliteit van het Rijnwater zo verbeterd dat er plannen zijn gemaakt om de zalm te herintroduceren in de Rijn. Tegenwoordig krijgt thermische verontreiniging door koelwater meer aandacht
Natuur langs de Rijn
Op de gronden langs de Rijn komen diverse wilde plantensoorten voor die in Nederland kenmerkend worden gevonden voor dit gebied. De meeste komen uit Midden- en Zuid-Europa en zijn naar alle waarschijnlijkheid door het Rijnwater aangevoerd. Bovendien zijn de zandgronden die door de Rijn zijn afgezet relatief kalkrijk, wat ook gunstig is voor veel soorten. Deze soorten worden binnen de Nederlandse floristiek aangeduid met stroomdalsoorten.
De Rijn de status als Natuurmonument ?
Door de staat Noordrijn Westfalen is voor de Rijn de status van Natuurmonument aangevraagd. Het project Gelderse poort, een samenwerking tussen Nederland en Duitsland, is een schoolvoorbeeld van natuurontwikkeling. De belangentegenstellingen zijn echter groot omdat een hogere waardering voor de natuur leidt tot mogelijke aanpassingen m.b.t. scheepvaart en waterbeheer.
Bron
Het tekstgedeelte over het laagterecord of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het Nederlands Ministerie van Verkeer en Waterstaat, http://www.minvenw.nl.