Roodkapje is een sprookje en is zoals we het nu kennen opgetekend door de gebroeders Grimm, die begin negentiende eeuw begonnen met het verzamelen en op papier zetten van volksverhalen. Het werd al eerder door Charles Perrault (1628-1703) opgeschreven in een andere versie. Bij Grimm loopt het goed af, maar bij Perrault wordt Roodkapje voor eens en altijd opgevreten. Het verhaal
Een meisje dat een rood kapje draagt gaat op bezoek bij haar grootmoeder. Onderweg komt zij de Grote Boze Wolf tegen. Deze gaat snel naar het huisje van haar grootmoeder en eet haar op. Vervolgens neemt hij grootmoeders plaats in bed in. Als Roodkapje binnenkomt is zij enigszins argwanend en vraagt: Grootmoeder wat hebt U grote ogen. De Wolf stelt haar gerust en zegt: Ja, kind, dat is om je beter te kunnen zien. Als Roodkapje echter vraagt: Maar grootmoeder wat hebt U een grote mond? kan het ondier zich niet langer bedwingen en zegt: Dat is om je beter op te kunnen eten! en springt uit bed om het argeloos Roodkapje te verorberen.
Uiteindelijk komt het echter allemaal goed, de buik van het kwade monster wordt opengesneden en Roodkapje en haar grootmoeder komen weer heelhuids te voorschijn.
Betekenis
Het verhaal van Roodkapje wordt vaak als voorbeeld aangehaald van de grote haat en vrees die er eeuwen onder de mensheid bestaan heeft jegens wolven. In de opvatting van o.a. Freud heeft het echter vooral veel mythologische elementen die duiden op een van de belangrijkste vragen van de mens: namelijk: waar kom ik vandaan? Waar komen de kleine kindertjes vandaan? Hoe komen ze in die buik? De wolf kan hier, net als in veel andere verhalen (zie weerwolf) staan voor de primitieve oerdriften van de mens.