Spoortechniek
Een spoorweg bestaat uit een onderbouw en een bovenbouw: De onderbouw is de ondergrond waar de spoorlijn op wordt aangelegd. Dit kan dus een spoordijk, een brug of een viaduct zijn.
De bovenbouw komt op de onderbouw en bestaat uit ballast (bijvoorbeeld steenslag van porfier). Op de ballast worden dwarsliggers aangebracht. Vroeger werden vooral houten dwarsliggers gebruikt. Ook stalen dwarsliggers zijn enige tijd gebruikt. In Duitsland zijn deze op regionale spoorlijnen nog steeds aan te treffen. Tegenwoordig gebruikt men steeds meer betonnen dwarsliggers. Een houten dwarsligger wordt ook wel "biels" genoemd. Op de dwarsliggers worden de spoorstaven bevestigd. Een stopmachine wordt gebruikt om de ballast goed onder de spoorstaven te stoppen zodat de rails goed ligt. Bij de bovenbouw worden ook de beveiliging (seinen, treinbeïnvloeding) gerekend en de bovenleiding, indien aanwezig.
Profiel van vrije ruimte (PVR)
Hoewel Britse treinen op normaalspoor rijden, is het niet mogelijk om met Europese treinen in Engeland te rijden. In Groot-Brittannië wordt een nauwer profiel van vrije ruimte toegepast. De Eurostar, de hogesnelheidstrein tussen Parijs/Brussel en London Waterloo, heeft afwijkende afmetingen. Een dubbeldekstrein is in Engeland niet mogelijk. In Nederland zijn in de jaren '90 treinen gebouwd met uitzonderlijke vorm en breedte te weten: IRM, SM'90 (Railhopper) en DM'90 (Buffel); dit materieel is niet op alle spoorlijnen in Nederland toegelaten.
Links- en rechtsrijden
Treinen rijden op de Britse eilanden, in België, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje buiten de stations links. In uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld bij werkzaamheden of een ongeval), rijden ze op het andere spoor (in België noemt men dat tegenspoor, in Nederland linkerspoor). Daartoe wordt beslist door de treindienstleiders aan weerzijden van het baanvak, uiteraard als het baanvak vrij is.
In vele andere landen, waaronder Nederland, het Luxemburg en Duitsland, rijden de treinen normaal rechts. Tussen Essen en Roosendaal zullen de treinen dus 1) moeten wisselen van kant en 2) veranderen van spanning.
Nieuwe spoorlijnen en stations sinds de jaren '70 (Nederland, personenvervoer)
Nieuwe spoorlijnen
- 1977 Leidschendam-Voorburg - Meerzicht (Zoetermeerlijn, 1e fase)
- 1977 Centrum West - Palenstein (Zoetermeerlijn, 1e fase)
- 1978 Palenstein - Seghwaert (Zoetermeerlijn, 2e fase)
- 1978 Schiphol - Amsterdam Zuid WTC (Schiphollijn, 1e fase)
- 1979 Seghwaert - Meerzicht (Zoetermeerlijn, 3e fase)
- 1981 Maarn - Rhenen (Veenendaallijn) (*)
- 1981 Amsterdam Zuid WTC - Amsterdam RAI (Schiphollijn, 2e fase)
- 1981 Schiphol - Leiden (Schiphollijn, 2e fase)
- 1986 Schiphol - Amsterdam Centraal (Schiphollijn, 3e fase)
- 1987 Weesp - Almere Buiten (Flevolijn, 1e fase)
- 1988 Almere Buiten - Lelystad (Flevolijn, 2e fase)
- 1992 Heerlen - Herzogenrath (*)
- 1993 Amsterdam RAI - Weesp (Zuidtak)
- 2001 Enschede - Gronau (DB) (*)
- 2003 Hemboog tussen Amsterdam Lelylaan en Zaandam
- 2003 Gooiboog tussen Naarden=Bussum en Almere Muziekwijk
(*): hernieuwde ingebruikname voor personenvervoer van een bestaande spoorweg die niet meer werd gebruikt of nog slechts voor goederenvervoer Spoorlijnen in aanbouw (2003)
Geplande spoorlijnen (2003) Opgeheven spoorlijnen
Zie ook
Externe links (spoortermen)