Stadsrechten konden door de heerser over een gebied worden toegekend aan een gemeenschap vaak in ruil voor belastingen. Stadsrechten konden betrekking hebben op:
- Privileges:
- stadmuren: het recht om een muur rondom een bewoond gebied te bouwen
- marktrecht: het recht om markt te houden (en daarvoor te laten betalen)
- tolrecht: het recht om tol te heffen
- Vrijheden:
- persoonlijke vrijheid: vaak gold de regel 'Stadslucht maakt vrij'. Men was geen horige meer van de landsheer, maar vrij om te gaan en staan waar men wilde.
- Bestuur:
- Stadsbestuur: de gegoede burgerij kon soms zelf de bestuurders kiezen die in de stadsraad zitting moesten nemen.
Vanaf de 13e eeuw werden bepaalde rechten ook los van de heer afgekondigd. Vaak was het stadsrecht afgeleid van het recht van een andere stad. Zo waren de stadsrechten van Alkmaar voor een groot deel gebaseerd op die van Haarlem.
De mate van rechtsvrijheid die steden verwierven, verschilde in hoge mate. Sommige steden wisten zelfs uit te groeien tot autonome stadstaten.
Het gebied buiten een stad kon soms landrecht krijgen.
zie ook: Lijst van steden met stadsrechten