De Tweede Wereldoorlog (afgekort WO II), die duurde van 1939-1945, wordt zo genoemd omdat het de tweede oorlog was waar landen uit praktisch alle continenten (in WO II alle bewoonde continenten) bij betrokken waren. Zowel WO I (1914-1918) als WO II waren oorlogen van ongekende omvang, die beide een enorm aantal slachtoffers opleverden. In WO I vielen twee miljoen mensen op het slagveld, WO II kostte alles bij elkaar aan zo'n 55 miljoen mensen het leven. De massamoord op zes miljoen joden, vaak de holocaust genoemd, door Adolf Hitler gewild en door Himmler en anderen georganiseerd, is voor velen een onvergetelijk trauma gebleven.
Het hoofdstrijdtoneel van de oorlog was Europa maar ook Azië. De oorlog breidde zich uit naar Noord-Afrika en de wereldzeeën. De agressors Duitsland, Italië en Japan vormden met elkaar een pact. De landen die gezamenlijk de tegenaanval inzetten waren onder meer Rusland (aan het Oostfront), de Verenigde Staten, Engeland, Canada en Australië. Zij vormden het geallieerde bondgenootschap, kortweg 'de geallieerden' genoemd, gesteund door de meeste bezette gebieden.
De directe aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog was de verklaring van Duitsland aan het buurland Polen op 1 september1939 op beschuldiging van Poolse agressie, uren nadat Duitsland dat land onverhoeds was binnengevallen en daarmee het bestaande niet-aanvalsverdrag had geschonden. Daarop verklaarden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan Duitsland de oorlog. Na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op 7 december1941 werden ook de Verenigde Staten bij de oorlog betrokken. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Onverwacht was dit niet: de president van de V.S. had al op 11 september de Amerikaanse marine opdracht gegeven elk Duits marineschip dat zij zag, aan te vallen.
De tegenstanders van Duitsland uit de Eerste Wereldoorlog waren meer gefocust op de economische herstelbetalingen dan op andere aspecten van het Verdrag van Versailles, zoals de militaire beperkingen die hierin aan Duitsland waren opgelegd. Hitler gaf op 16 maart1935 opdracht tot militaire wederopbouw, waardoor het Verdrag van Versailles werd genegeerd.
In 1936 bezette het Duitse leger het Rijnland. Italië, dat weerstand ontmoette tegen zijn verovering van Abessinië in de Volkenbond, sloot met Nazi Duitsland een alliantie. Duitsland had zich in 1933 uit de Volkenbond teruggetrokken. Op 12 maart1938 maakte Duitsland de "Anschluss" van Oostenrijk bekend. Deze werd hierdoor een Duitse deelstaat. Deze Anschluss werd mogelijk gemaakt door de eerdere moord op de Oostenrijkse kanselier Englebert Dolfuss op 25 juli1934. Tegelijkertijd drongen leden van de plaatselijke Nazi-partij het radiostation binnen en verklaarden dat Dolfuss was afgetreden. Voorafgaand aan de uitzending hadden Oostenrijkse Nazi's, aangemoedigd door Hitlers demagogische redevoeringen, een ergernis van angst en terreur gevormd, overheidsgebouwen opgeblazen, en aanhangers van de Dolfuss regering vermoord. Na een lange politieke remise, werd een Nazi jurist, Arthur Seyss-Inquart, als minister van Buitenlandse Zaken en als kanselier van Oostenrijk aangesteld.
Onder het voorwendsel dat de Tjechische regering de Duitse bevolking in het Sudetenland mishandelde, bereidde Hitler een invasie in Tsjechoslowakije voor. In Mei1939 vormden Italië en Duitsland het Staalpact, wat hun alliantie verstevigde en uitbreidde.
Het Verenigd Koninkrijk had de veiligheid van Tsjechoslowakije gegarandeerd, met de dreigende inval van Duitsland leek oorlog onvermijdelijk. De Britse premier Neville Chamberlain reisde naar München voor een ontmoeting met Hitler. In het akkoord van München deden de Franse en Britse leiders concessies, Sudetenland zou Duits worden. Bij dit overleg waren geen Tjechische vertegenwoordigers aanwezig. Hun regering was sterk gekant tegen het akkoord, maar waren machteloos tegen het Duitse militaire overwicht zonder Franse of Britse hulp. Chamberlain betitelde het akkoord als "Peace for our time - Vrede voor onze tijd.". Tjechisch Sudetenland werd door Duitsland 'bevrijd'. Enkele maanden later, in maart1939 volgde de rest van Tsjechoslowakije.
Op 17 september, ongeveer twee weken na de Duitse aanval, viel de Sovjetunie Polen vanuit het oosten binnen, zoals was overeengekomen in het Molotov-Ribbentrop Pact. Polen delfde snel het onderspit tegen deze gecombineerde aanval, en de laatste eenheden capituleerden op 5 oktober. Sommige Poolse eenheden en individuele personen weken uit naar Groot-Brittannië, en vochten door tot het einde van de oorlog.
Op 30 november1939 viel de Sovjetunie Finland binnen. Dit leidde tot de winteroorlog, wanneer op 6 december de Sovjets een vruchteloze aanval ondernemen op de Finse Mannerheim linie.
Na de aanval op Polen volgde in het westen een rustige periode in de oorlog tussen Duitsland aan de ene kant en Frankrijk en Groot-Brittannië aan de andere zijde. Dit wordt ook wel de Schemeroorlog genoemd. Deze periode duurde tot de aanval op Denemarken en Noorwegen, (9 april1940). Duitse strijdkrachten vielen Oslo, Bergen, Trondheim en Narvik binnen. Een Britse expeditiestrijdkracht landde op 15 april bij Narvik maar moest terugkeren. Koning Haakon week met de Noorse regering uit naar Londen.
Op 10 mei1940 vielen de Duitse legers gelijktijdig Nederland (zie Tweede wereldoorlog/Aanval op Nederland), België (zie Tweede wereldoorlog/Aanval op België) en Luxemburg aan. Het doel van de aanval was Frankrijk, dat de Duitse legers op 12 mei bereikten. Het Nederlandse leger capituleerde na 5 dagen, in Zeeland twee dagen later. Nederland gaat de bezetttingstijd in. Door de aanval op Frankrijk via België uit te voeren, hoefde Duitsland niet dwars door de Maginot linie aan te vallen, maar kon ze er om heen trekken. De Duitse opmars door Frankrijk was bliksemsnel (Blitzkrieg), reeds op 20 mei stonden de Duitse legers aan de Kanaalkust. Op 26 mei vond de evacuatie van het Britse expeditieleger uit Duinkerken plaats (Evacuatie uit Duinkerken). België gaf zich twee dagen later over en was vanaf dan eveneens onder Duitse bezettting. Noorwegen tekende op 9 juni een wapenstilstand. Italië verklaarde op 10 juni aan Frankrijk en Groot Brittannië de oorlog en viel de volgende dag Frankrijk in het zuid-oosten aan. Parijs werd veroverd op 14 juni.
In oktober 1940 viel Italië Griekenland binnen. De Italiaanse troepen bleken echter niet in staat om zonder Duitse steun Griekenland te veroveren. In tegendeel: de Grieken, gesteund door de Britten, drongen de Italianen terug en namen zelfs delen van het Italiaanse Albanië in. Hitler gaf zijn pantsers opdracht om door Joegoslavië (Joegoslavische campagne) op te rukken naar Griekenland.
In het westen bleef Groot-Brittannië als enige tegenstander van Duitsland over. Om een invasie in Engeland te kunnen uitvoeren (Operatie Seelöwe), was een luchtoverwicht noodzakelijk. De Duitse Luftwaffe begon met luchtaanvallen; de slag om Engeland (Battle of Britain). De RAF vocht boven eigen grond tegen de numeriek sterkere Duitse luchtmacht. De luchtgevechten duurden de hele zomer van 1940, van 10 juli tot oktober. Londen werd zwaar gebombardeerd om het moreel van de Engelse bevolking te breken. Ook industriële steden als Birmingham en Coventry en strategisch belangrijke plaatsen zoals de marinehaven Plymouth kregen het zwaar te verduren. De Luftwaffe verloor echter meer toestellen dan de RAF, en eind oktober verlegde Hitler zijn belangstelling naar Rusland.
De Britse aanvoerlijnen vanuit de Verenigde Staten werden door de Duitse U-boten zwaar onder druk gezet in de Onderzeebootoorlog.
Van 30 november1940 tot maart1941 voerde het Rode Leger oorlog tegen Finland voor een 'kleine grenscorrectie', de zogenaamde winteroorlog. Volgens officiële Russische cijfers kostte deze oorlog de USSR 47.447 doden en 158.000 gewonden.
Op 22 juni1941 voerden de Duitsers onder de codenaam Operatie Barbarossa een verrassingsaanval uit tegen hun voormalige Sovjetbondgenoten. Het front was ruim 3500 kilometer lang. Inclusief de troepen van de Duitse bondgenoten Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Roemenië telde het Duitse leger 3 miljoen man. Het Rode Leger was initieel 2 miljoen man sterk.
Het Duitse leger drong diep in Rusland door. Grote Sovjetlegers werden door de Duitse pantsertroepen omsingeld. In september begon de belegering van Leningrad. Kiev werd ingenomen. Eind oktober bereikten de Duitsers de Krim in het zuiden en de buitenwijken van Moskou. De Sovjets pasten de tactiek van de verschroeide aarde toe. Terwijl de inname van Moskou voor de deur stond, gaf Hitler opdracht om het zwaartepunt van de Duitse opmars naar het zuiden te verleggen om Oekraine in te nemen. Toen het Duitse leger zijn opmars naar Moskou wilde hervatten, werd dit belemmerd door najaarsmodder en later door de Russische winter. Het Duitse leger, dat niet op een lange campagne was voorbereid, leed zowel qua manschappen als materiaal ernstig in de felle kou. Het Rode Leger boekte terreinwinst.
Het volgende voorjaar wist het Duiste leger de opmars te hervatten. In november 1942 werd Stalingrad bereikt, en stonden de Duitse troepen op minder dan 200 kilometer van Moskou. Ook de olieveldenvelden van Grozni kwamen binnen bereik. Factoren als besluiteloosheid bij Hitler, onenigheid onder de leidinggevende Duitse generaals, en lange aanvoerroutes leidden tijdens de tweede winter tot een langdurig stratengevecht tijdens de Slag om Stalingrad. Deze slag werd één van de bloedigste gevechten uit de oorlog, met volgens sommige schattingen twee miljoen slachtoffers, waaronder een half miljoen burgers. Toen Russische troepen de stad in het voorjaar wisten te omsingelen, was het einde voor de Duitsers nabij. Het was de eerste grote nederlaag voor het Duitse leger, en ze slaagden er niet in om het initiatief opnieuw naar zich toe te trekken. Uiteindelijk dreef het Rode Leger de Duiters terug richting Berlijn.
De Sovjets droegen de zwaarste last tijdens de Tweede Wereldoorlog. De troepenmacht in Noord-Afrika (zie hierna) was qua omvang niet te vergelijken met de legers in de Sovjetunie. Deze zware last uitte zich ook in aantallen slachtoffers: 21 miljoen Sovjets stierven, waaronder 7 miljoen burgers. Omdat de Nazi's de Slaven als "untermenschen" zagen, beschouwden ze het niet als misdaad om burgers te verzamelen en te fusilleren in de door de nazi's veroverde steden.
Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog had Groot-Brittannië Egypte gedwongen de geallieerde zijde te kiezen. Vanuit Egypte vielen generaal Wavell en generaal O'Conner de Italiaanse kolonie Libië binnen. Hier rukte hij snel op, waarop Hitler besloot zijn Italiaanse bondgenoot ook hier te hulp te komen. Veldmaarschalk Erwin Rommel dreef de Britten nog sneller terug dan dat zij zelf opgerukt waren. Na felle gevechten in een zeer beweeglijke oorlog werd op 21 juni Tobroek ingenomen. Eind 1942 leden de Duitsers twee nederlagen in Noord-Afrika tegen de Britten. In twee veldslagen bij El Alamein in juni en eind oktober, werd het Duitse Afrika Korps onder leiding van Erwin Rommel verslagen door het Britse Achtste leger onder bevel van veldmaarschalk Bernard Montgomery. Hierna dreven de Britten de Duitsers terug. Na een landing van Britse en Amerikaanse troepen in Algerijë (operatie toorts) werden de Duitsers geheel uit Noord Afrika verdreven. Op 13 mei1943 gaven de laatste Duitse en Italiaanse troepen in Noord Afrika zich over.
Sovjet soldaten hijsen hun vlag boven de rijksdag in Berlijn
Na de geallieerde overwinning in Noord Afrika voerden de geallieerden op 10 juli 1943 een landing op Sicilië uit. Van hieruit werd op 3 september de straat van Messina overgestoken naar Italië. Mussolini werd op 25 juli 1943 afgezet door de Grote Fascistische Raad en in opdracht van koning Victor Emanuel III gearresteerd. Zijn vervanger, generaal Pietro Badoglio sloot met de geallieerden op 8 september 1943 een wapenstilstand. Mussolini werd echter enkele maanden later door de Duitsers bevrijd en benoemd tot het staatshoofd van de Sociale Republiek te Salo in het noorden van Italië. In deze rol werd hij gevangengenomen en door een woedende menigte vermoord op 28 april1945 onderweg naar een ontsnappingsvliegtuig. In Zuid Italië hadden de Duitsers de Gustav linie gebouwd. De geallieerde strijdkrachten vielen deze linie van twee kanten aan, vanuit het zuiden in de slag om Monte Cassino en vanuit het noorden door de Landing bij Anzio. Op 4 juni [1944]] werd Rome bevrijd, twee dagen voor de landing in Normandie.
Het Duitse militaire apparaat had in de rampzalige Russische campagne zijn krachten opgebruikt. De geallieerden openden een derde front op 6 juni1944 met een succesvolle invasie in Normandië (D-Day). Voortdurende geallieerde bombardementen op de Duitse infrastructuur en steden veroorzaakten grote schade en veel slachtoffers. Hitler ontsnapte aan een aantal aanslagen, waarvan de ernstigste op 20 juli door Carl von Stauffenberg e.a. plaats vond - zie [[20 juli/aanslag].
In Operation Market Garden probeerden de geallieerden de bruggen over de grote rivieren in handen te krijgen. Het doel was om door te stoten naar het Ruhrgebied en de rest van Duitsland. Het falen van de luchtlanding bij Arnhem betekende dat de belangrijke brug over de Rijn niet in geallieerde handen kwam. Voor Nederland boven de grote rivieren betekende dit vertraging van de bevrijding, en de hongerwinter.
Op 25 april1945 bereikten Amerikaanse en Russische troepen elkaar bij de rivier de Elbe. Hiermee werd Duitsland in tweeën gedeeld.
Terwijl de Sovjets om Berlijn vochten, pleegde Hitler zelfmoord in zijn bunker met zijn maitresse Eva Braun. Hij benoemde admiraal Karl Dönitz tot zijn opvolger. Het Duitse rijk werd door de geallieerden in vier delen verdeeld: een onder Sovjet-controle, het latere Oost-Duitsland en drie andere delen onder de gezamenlijke controle van de Verenigde StatenGroot Brittannië en Frankrijk. De uiteindelijk overgave werd op 7 mei1945 door generaal Alfred Jodl getekend.
Na de oorlog ontdekten geallieerde soldaten een aantal concentratie kampen die door de Nazi's gebruikt waren om een geschatte 12 miljoen mensen gevangen te houden en te vermoorden. De grootste groep, ongeveer de helft, bestond uit Joden; de andere helft werd gevormd door zigeuners, Slavische inwoners, Katholieken, homosexuelen en diverse andere minderheden. Het bekendste of beruchtste kamp was Auschwitz, waar twee miljoen mensen werden gedood. Hoewel veel geallieerde soldaten tijdens de oorlog niet op de hoogte waren van de nazi volkerenmoord of "Holocaust", is het een onvervreemdbaar onderdeel van de tweede wereldoorlog geworden.
In de jaren twintig fragmenteerde het centrale gezag in China onder een aantal oorlogsheren. Japan was hierdoor in staat invloed te verwerven en ongelijke verdragen af te sluiten met wat er aan centraal gezag restte. Deze situatie was inherent instabiel: wanneer China verder uiteenviel, kon het de verdragen niet meer nakomen; wanneer het centrale gezag sterker werd, had ze geen belang meer bij deze verdragen.
In 1927 leidde Chang Kai-Shek en de Kwo min tang de Noordelijke Expeditie. Chang was in staat de oorlogsheren in Zuid- en Midden-China onder zijn gezag te brengen, en was bezig de oorlogsheren in Noord-China nominaal aan zijn gezag te binden. Uit vrees dat Zhang Xue-liang (de oorlogsheer die Manchoerije controleerde) zijn trouw aan Chang zou verklaren, intervenieerden de Japanners en plaatsten hier een marionettenregering.
Er is geen bewijs dat de Japanners probeerden om China zelf te regeren of dat de Japanse acties in China deel waren van een wereldoveroveringsprogramma. Eerder kunnen de Japanse acties gezien worden als een voortzetting van het 19e eeuwse Europese kolonialisme, en bedoeld om de aanvoer van grondstoffen te waarborgen. Chinese regeringen dienden de Japanse belangen te ondersteunen. In de jaren dertig werd militair geweld als instrument van koloniale macht echter door de internationale gemeenschap niet meer als politiek correct gezien. Japan trok zich terug uit de volkerenbond. Er ontstond een patstelling toen Chang zijn inspanningen ging richten op het uitschakelen van het communisme. Chnag beschouwde deze als een groter gevaar dan de Japanners. Deze houding werd binnen China door het sterke nationalisme in alle lagen van de bevolking steeds meer als onhoudbaar gezien.
In 1937 werd Chang ontvoerd door Zhang Xue-liang in het Xian Incident. Als voorwaarde voor zijn vrijlating beloofde Chang om samen met de communisten tegen de Japanners te vechten. Als antwoord hierop zetten officieren van het Kwantoeng leger zonder overleg met het Japanse opperbevel het Marco Polo brugincident in elkaar, waardoor de Chinees-Japanse oorlog formeel een feit werd. Om de Japanse oorlogsinspanning te ontmoedigen stelden de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Nederlandse regering in ballingschap die nog steeds de oliebronnen in Nederlands Indië controleerde, een olie- en een staalboycot tegen Japan in. Japan zag dit als een daad van agressie omdat het deze stoffen voor haar oorlogsvoering nodig had. Op 7 december1941 leidde dit tot een Japanse aanval op Siam, Maleisië de Filippijnen en Pearl Harbor. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Tot dat moment had de Verenigde Staten zich buiten de oorlog in Europa gehouden, hoewel het wel militaire steun verleende aan Groot-Brittannië en de Sovjet Unie door het Lend-Lease programma.
De geallieerde strijdkrachten in Azië bleken niet opgewassen tegen de Japanse veteranen. Het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden op 10 december voor de kust van Maleisië tot zinken gebracht. Hong Kong viel op 25 december. Ook de Amerikaanse bases op Guam en het eiland Wake gingen verloren. In januari volgde de Japanse invasies in Burma, de Salomons eilanden, Nederlands Indië en Nieuw-Guinea. Manilla, Kuala Lumpur en Rabaul werden door Japan veroverd. De Japanse veroveringsmachine draaide in snel tempo verder: Bali en Timor vielen in februari1942; Rangoon en Java in maart. Mandalay volgde begin mei. De Japanse luchtmacht vernietigde de Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten in Zuid Oost Azië en voerde belangrijke aanvallen uit op noord-Australië. De Britse vloot werd uit Ceylon verdreven.
De geallieerde weerstand begon langzaam toe te nemen. De Doolittle Raid in april was een symbolische maar voor het moreel belangrijke luchtaanval op Japan. Hoewel de slag in de Koraalzee tactisch gezien een Amerikaanse nederlaag was, voorkwam ze toch een invasie bij Port Moresby. De cruciale slag bij Midway volgde in juni: hoewel de aanwezige strijdkrachten elkaar hier op gelijke voet ontmoetten, leed de Japanse marine hier een nederlaag waarvan ze niet herstelde. Midway was het keerpunt in de marine-oorlog in het 'Pacific theatre'.
Op het land vertraagde de terugtocht van de Brits/Indiase strijdkrachten in Burma. Australische eenheden in Nieuw-Guinea verdedigden met succes Port Morseby langs het Kokada Track en in augustus leed het Japanse leger zijn eerste echte nederlaag in de slag om de baai van Milne. Terzelfder tijd probeerden zowel Amerikaanse als Japanse soldaten het eiland Guadalcanal te bezetten. In deze zes maanden durende uitputtingsslag behaalden de Verenigde Staten uiteindelijk de overwinning. Hierna werd Japan definitief in het defensief gedrongen. De constante noodzaak om versterkingen naar Guadalcanal te zenden verzwakte de Japanse inspanningen op andere plaatsen. Dit leidde tot de herovering van Buna/Gona door Australische en US strijdkrachten in 1943 en bereidde de weg voor zowel MacArthur's over land gebaseerde route door Nieuw-Guinea en Nimitz's 'island hopping' campagne over de Stille Oceaan.
Zwaar bevochten zijn o.a. de eilanden Tarawa, Iwo Jima en Okinawa; deze landingen kostten veel soldaten aan beide zijden het leven, maar brachten de oorlog wel dichter richting Japan. Door het verlies van hun ervaren piloten koos men in Japan voor de tactiek van de kamikazepiloten om de opmars van de V.S. te vertragen. Op 3 februari1945 besloot Japans oude vijand Rusland om ook in dit conflict de zijde van geallieerden te kiezen. Het rukte snel op in het door Japan bezette Mantsjoerijë. De Japanse grote steden als Tokio leden ondertussen zwaar onder de Amerikaanse bombardementen. Japan gaf zich over nadat de steden Hiroshima en Nagasaki verwoest werden door deatoombom. De overgave werd getekend op 2 september1945 op het slagschip Missouri. In de hierop volgende periode vestigde generaal Douglas MacArthur bases in Japan om de naoorlogse ontwikkeling van Japan te sturen en te controleren. Deze periode in de Japanse geschiedenis staat bekend als de bezetting. President Harry Truman verklaarde officieel op 31 december1946 dat de vijandelijkheden geëindigd waren.
Waarschijnlijk lering trekkende uit de Eerste Wereldoorlog eisten de overwinnaars geen compensatie van de verslagen naties. Integendeel, het economisch herstelprogramma van staatssecretaris George Marshall, beter bekend als het Marshall Plan, riep het Congres van de V.S op om miljarden dollars ter beschikking te stellen voor de wederopbouw van Europa. Het deel van Europa dat door de Sovjet Unie bezet was, viel hier buiten.
In België zorgde de oorlog voor politieke spanningen door de discussies over de rol van de koning in de oorlog (zie koningskwestie) en de Vlaamse Beweging in de collaboratie en de represailles hierop.
In deze zelfde periode consolideerden de Verenigde Staten en de Sovjet Unie hun posities en banden in Europa als voorbereiding tegen mogelijke agressie.
Zoals reeds opgemerkt is, bracht de Sovjet Unie de zwaarste offers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlogsslachtoffers kunnen veel van Ruslands gedrag na de oorlog verklaren. De Sovjet Unie ging voort met de bezetting en overheersing van Oost Europa als bufferzone tegen invasies van Rusland uit het westen. Rusland heeft drie invasies gekend in de 150 jaar voorafgaand aan de koude oorlog: gedurende de Napoleontische oorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Hierin verloren tientallen miljoenen het leven.
Na de oorlog werden veel Nazi's met hoge functies vervolgd voor oorlogsmisdaden en voor de massamoord van de Holocaust tijdens de Processen van Neurenberg.
Nog te verwerken en uit te werken aanvullingen: De rol van de Balkan; de pacten; Chamberlain
Het 'Jodenvraagstuk', Hitler's rassentheorie en de Entlösung Emigraties. De Synagoge van Neurenberg. Het Ghetto van Warschau. Verboden. De gele ster. Deportaties. Japan en Nederlands-Indië
Hitler en zijn generaals; het Duitse leger. De oorlogsindustrie. Verzet in Duitsland
De geallieerden; De slag bij Duinkerken. Bevrijding van Zuid-Europa; Churchill Franklin Roosevelt Joseph Stalin Jalta Montgomery/Eisenhower, D-day. De Franse en Duitse linies. Bevrijding Noordwest-Frankrijk, Parijs, België, Zuid-Nederland; Bombardementen Duitse steden. 1945; Pruisen, Polen, Berlijn; De bevrijding van Nederland
Nederland in de Tweede Wereldoorlog (o.m. Rotterdam verzet, NSB/Anton Mussert/Seyss-Inquart, stakingen, koningshuis, het Londense kabinet, de joodse Nederlanders Joodse Raad razzia's, onderduikers Engelandvaarders Anne Frank de arbeidseinsatz, voedseldistributie, de hongerwinter De Slag om Arnhem Bijltjesdag) De Nederlandse luchtmacht in W.O. II België in de Tweede Wereldoorlog Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog (o.a. de Japanse bezetting, de Jappenkampen; de bevrijding) Suriname in de Tweede Wereldoorlog
Frankrijk en de Vichy-regering. De rol van Zwitserland Scandinavië, graaf Bernadotte