Na de Tweede Wereldoorlog bleek pas goed hoezeer Europa geleden had van het oorlogsgeweld. Veel vitale centra en voorzieningen waren vernield en er was een algemeen tekort aan evenwichtig voedsel. Voor veel kinderen was snelle hulp noodzakelijk. In 1946 werd daarom door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het United Nations International Children's Emergency Fund (Kindernoodfonds van de VN) opgericht. Hierdoor konden onder meer voedselpaketten worden uitgedeeld aan kinderen in de getroffen landen. Later kwam daar de hulp via het Marshallplan bij. Langzaamaan aan begon de welvaart in Europa weer te stijgen.
In 1953 werd besloten dat het hulpfonds een blijvend onderdeel van de VN zou worden en dat het zich zou richten op het helpen van arme en door rampen getroffen kinderen in landen van de Derde wereld. Aanvankelijk werd de naam van de organisatie gewijzigd in United Nations Children's Fund, maar al gauw werd dit in het gebruik ingekort tot UNICEF.
UNICEF was in 2003 in meer dan 160 landen actief. Op allerlei manieren tracht men de omstandigheden van kinderen in arme en onderontwikkelde gebieden te verbeteren en ze een betere toekomst te geven. Dit kan zijn door medische hulp, voedselhulp, onderwijs, noodopvang of anderszins. In veel projecten wordt samengewerkt met de locale overheid, non-gouvernementele- (NGO's) of privé-organisaties. UNICEF heeft kantoren in 39 landen.