De Vojvodina is een regio in het noorden van Servië en Montenegro: zij omvat het noordelijke deel van Servië en heeft de Sava en de Donau als zuidelijke grens met de rest van Servië. Verder grenst het gebied aan Kroatië, Hongarije en Roemenië.
Het gebied is overwegend vlak en staat bekend als de graanschuur van Servië. De Vojvodina is relatief verstedelijkt. Belangrijke industriesteden zijn Novi Sad (de hoofdstad van het gebied en de tweede stad van het land), Subotica en Pančevo.
De Vojvodina kan worden verdeeld in drie geografische en historische gebieden: Bačka in het noordwesten (met de Tisa als oostgrens en de Donau als zuidgrens), het Banaat in het oosten en Srem in het zuidwesten. Alle drie deze bestanddelen behoorden tot 1918 tot Oostenrijk-Hongarije: Backa en het Banaat waren rechtstreeks onderdeel van Hongarije en Srem van Kroatië-Slavonië, dat binnen Hongarije enige autonomie genoot.
Van 1974 tot 1990 had de Vojvodina een autonome status binnen Servië, dezelfde als die waarover ook Kosovo beschikte, en die feitelijk gelijkstond aan die van een deelstaat binnen Joegoslavië.
De bevolking van het gebied is zeer gemengd: de Serven vormen de meerderheid, dan volgen de Hongaren (vooral in de noordelijke Backa), en verder zijn er Slowaakse, Roemeense, Roetheense en Roma-minderheden. Zij beschikken alle over vergaande rechten in gemeenten waar zij minstens 15% van de bevolking uitmaken. Sinds het uiteenvallen van Groot-Joegoslavië en de Kosovo-oorlog is het aandeel van de Serven in de hele Vojvodina toegenomen ten gevolge van de instroom van vluchtelingen uit Kroatië en Kosovo.