Wenen (Duits Wien) is de hoofdstad van Oostenrijk, gelegen aan de Donau. Het heeft 1.562.482 inwoners (2002), en is daarmee veruit de grootste stad en het cultureel en politiek centrum van Oostenrijk. Internationale organisaties die hun hoofdkwartier in Wenen hebben zijn UNIDO, OPEC en IAEA.
Geschiedenis
In 15 v. Chr stichtten de Romeinen op de plaats van de huidige binnenstad een militaire post tegen de Germanen met de naam Vindobona. Rond deze post groeide een stad.
Rond 1200 werd een stadsmuur gebouwd, en in 1221 kreeg Wenen stadsrechten. Daarna groeide het snel uit tot een belangrijk handelsknooppunt.
In 1278 kwamen Wenen en Oostenrijk onder het huis van Habsburg. In 1438 werd hertog Albrecht V tot koning Albrecht II van het Duitse Rijk gekozen, en werd Wenen rijkshoofdstad. In 1469 werd Wenen bisschopszetel, en in 1526, toen Hongarije en Bohemen onder de heerschappij van de Habsburgers gekomen waren, werd Wenen keizersstad.
In 1529 werd Wenen voor de eerste maal vergeefs belegerd door de Turken. De stad hield slechts met moeite stand, tot uiteindelijk een uitbraak van de pest en vrees voor een vroeg invallen van de winter de Turken tot de terugtocht dwongen. Het volgende jaar werden de stadsmuren vervangen door een moderne versterking naar Italiaans voorbeeld. Bastions en een stadsgracht beschermden de muren, en rond de stad werd een brede strook onbebouwd land aangelegd, de "Glacis", zodat de verdedigers vrij schotsveld hadden. De bouw aan deze nieuwe vestingswerken duurde tot in de 17e eeuw.
Bij de tweede Turkse belegering in 1683 beschermden ze de stad twee maanden lang, totdat het Turkse leger wegens de komst van een ontzettingsleger geleid door de Poolse koning Jan Sobieski van de stad wegtrok, en het beleg opnieuw onsuccesvol was geweest. Hiermee werd ook de groei van het Osmaanse Rijk tot staan gebracht.
Stad en omgeving waren zwaar getroffen, maar werden enthousiast weer opgebouwd. Gedurende deze wederopbouw kreeg Wenen een sterk Barok uiterlijk. Er werd vooral veel gebouwd in de vrijwel volledig vernielde voorsteden, die in 1704 een eigen ruim aangelegd verdedigingssysteem kregen, de "Linienwall".
Gedurende de oorlogen met Frankrijk werd Wenen twee keer door Napoleon ingenomen, in 1805 en 1809. De eerste verovering was strijdloos geweest: De Franse maarschalken kwamen met witte vlag over de Taborbrug, toen de enige en sterk verdedigde Donaubrug, en overtuigden de Oostenrijkse bevelhebbers dat de oorlog reeds voorbij was. In tussentijd kon het Franse leger ongehinderd binnentrekken. De tweede verovering van Wenen daarentegen vond slechts na uitgebreid wapengeweld plaats. Kort daarna leed Napoleon bij Aspern zijn eerste grote nederlaag.
Nadat Napoleon bij Waterloo verslagen was, vond in Wenen van 18 september 1814 tot 9 juni 1815 het congres van Wenen plaats, waarin de nieuwe grenzen en politieke verhoudingen in Europa werden vastgeslegd. Rond het congres vonden vele sociale gelegenheden plaats, die Oostenrijk veel geld kostten.
De Franse februarirevolutie van 1848 had ook in Wenen haar weerslag. Op 13 maart brak de maartrevolutie uit, die echter werd bedwongen door Metternich.
In 1850 werd de stad uitgebreid door inlijving in de stad en verdeling in districten van het volledige gebied binnen de Linienwall. Van toen af steeg het bevolkingsaantal van Wenen snel, vooral door sterke vestiging van buiten de stad. In 1910 werd het historische hoogtepunt van 2.031.000 inwoners bereikt.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd Wenen weliswaar niet direct bedreigd, maar de economische blokkade van de Centralen leidde tot een gebrek aan vooral voedingsmiddelen en kleding. Het einde van de Eerste Wereldoorlog was ook het einde van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Op 12 november 1918 werd de Republiek Oostenrijk uitgeroepen. Wenen was nu eigenlijk te groot geworden voor de kleinere staat, en werd daarom, en om de daarmee verbonden belastingen, vaak "waterhoofd" werd genoemd.
In 1921 werd Wenen van het omringende Nederoostenrijk afgescheiden, en werd een aparte bondsstaat. Politiek werd het beheerst door de socialisten. De slechte economische situatie leidde echter tot politieke radicalisering en polarisering. Aan socialistische zijde ontstond de Republikanische Schutzbund, een goed georganiseerde en uitgeruste paramilitaire organisatie. Aan de andere kant stond de Heimwehr, dat als tegenhanger van de arbeidsbeweging ook door de industriëlen werd ondersteund. Deze laatste vielen uiteen in een monarchistische en een Duits-nationalistische vleugel.
De brand van het justitiepaleis in 1927, het instorten van een van de grootste banken van het land en uiteindelijk de ontbinding van het parlement in 1933 markeerden de weg naar de burgeroorlog in februari 1934. Nadat Engelbert Dolfuß, sinds 1932 bondskanselier en minister van buitenlandse zaken, al in 1933 de NSDAP, de Communistische partij en de Republikanische Schutzbund verboden hand, trof dit verbod na februari 1934 ook de sociaal-democratische partij. Allen het Vaterländische Front was nog toegestaan. Hij veranderde Oostenrijk in een autoritaire standenstaat en regeerde door middel van noodverordening. Voor de werkverschaffing werden een aantal grote stratenbouwprojecten doorgevoerd, zoals de straat over de Kahlenberg.
Op 25 juli 1934 trachtten de nationaal-socialisten een staatsgreep te plegen. 154 als politie-agenten vermomde SS'ers bestormden het bureau van bondskanselier Dollfuß en schoten hem neer. Daarna verspreidden zij het valse bericht dat deze de regeringsverantwoordelijkheid aan A. Rintelen had overgedragen. Hiermee begon een nationaal-socialistische opstand in geheel Oostenrijk, die echter enige dagen later neergeslagen werd.
De overwinning op het nationaal-socialisme was echter maar tijdelijk. Oostenrijk werd omringd door de fascistische staten Duitsland en Italië, en kon steeds moeilijker standhouden tegen de politieke en economische druk. Op 12 februari 1938 dwong Adolf Hitler de Oostenrijkse bondskanselier Kurt von Schuschnigg een overeenkomst te sluiten, waarin het verbod op de nationaal-socialistische partij werd opgeheven, de partij in de regering werd opgenomen, en daarbij het ministerie van Binnenlandse Zaken, en daarmee dus de controle over de politie kreeg. Om de hierdoor voorbereide machtsovername te verhinderen, kondigde Schuschnigg voor 9 maart een referendum aan. Problemen in de stemmingsvoorbereiding gaven echter Hitler een voorwendsel om dit te verhinder. Hij stelde een ultimatum op, dat de machtsovergave aan de nationaal-socialisten vorderde en dreigde met de intocht van Duitse troepen in Oostenrijk. Omdat de bondspresident weigerde een nationaal-socialistische opvolger te benoemen, volgde op 12 maart de invasie. De Oostenrijkers boden geen weerstand, en de bevolking jubelde de Duitse Wehrmacht zelfs toe. Op de volgende dat werd de "Anschluss" aan Hitler-Duitsland verkondigd.
De anti-Joodse politiek van de Nazi's viel in Wenen, waar het antisemitisme al eeuwen oud was en sinds het begin van de 20e eeuw toegenomen was, in goede aarde. In de Reichsprogromnacht op 9 november 1938 werden de synagoges, niet alleen religieuze maar ook sociale centra in het Joodse leven, verwoest.
De bombardementen van 1944 en 1945, alsook de gevechten tijdens de veroverig van Wenen door de Sovjettroepen in april 1945 veroorzaakten grote vernielingen in de stad. Desondanks zijn vele historische gebouwen bewaard gebleven. De vernielde gebouwen werden grotendeels na de oorlog herbouwd.
Reeds kort na het einde van de gevechten werd een provisorische stadsregering en stadsbestuur opgericht. Ook de politieke partijen werden opnieuw gevormd. Op 29 april werd het parlementsgebouw door de bezetters aan de nieuwe regering overgegeven en Karl Renner verkondigde het herstel van de democratische Republiek Oostenrijk. Kort na het einde van de oorlog (in april 1945) werd een provisorische gemeenteraad ingesteld. In november werden de eerste gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Van de 100 zetels kreeg de socialistische partij (SPÖ) er 58, de volkspartij (ÖVP) 36 en de communistische partij (KPÖ) 6.
Al in 1946 werd het zogenaamde "Gebietsänderungsgesetz" besloten, dat de stadsuitbreiding van 1938 weer ongedaan maakte, maar een veto door de bezettingsmacht verhinderde de uitvoer ervan tot 1954. Slechts twee districten die voor 1938 geen onderdeel van Wenen hadden uitgemaakt, werden deel van de staat: XXII Donaustad ten noorden van de Donau en XXIII Liesing in het zuiden.
Op 15 mei 1955 werd het "Oostenrijkse Staatsverdrag" gesloten, waarbij Oostenrijk weer een onafhankelijk land werd. Zowel de Russische nationalisatie van delen van de industrie als het Amerikaanse Marshallplan waren een hulp in de economische wederopbouw van de stad.
Aan het eind van de 20e eeuw kreeg Wenen een "skyline" door de bouw van twee wolkenkrabbers, de Andromeda Tower en de Milleniumstower, aan de beide oevers van de Donau. Hun bouw, en het geplande station "Wien Mitte" bedreigden de status van de binnenstad als Werelderfgoed, en werden daarom heftig bediscussieerd.
Kunst en cultuur
Wenen is lange tijd een centrum van klassieke muziek en opera geweest. Beroemde componisten die in Wenen gewoond en gewerkt hebben zijn onder meer:
| Paleis Schönbrunn. Foto 2003 | | Het Belvedere. Bron: Europese Commissie | | Deze afbeelding valt niet onder de GNU/FDL | | |
Wenen telt vele bouwwerken uit de Barok, maar ook uit andere stijlperioden. Het zomerpaleis van de Oostenrijkse keizers, Schönbrunn, had de intentie Versailles naar de troon te steken, maar hoewel groot en indrukwekkend, is het toch kleiner dan zijn Franse tegenhanger. De Stephansdom, gebouwd in de 12e eeuw, kardinaalszetel, is ook vermeldenswaard. Een moderne architect die diverse Weense gebouwen heeft ontworpen, is Friedrich Hundertwasser. De binnenstad van Wenen staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
In het begin van de twintigste eeuw bloeiden in Wenen de aan art nouveau verwante Sezession en Jugendstil schilderstijlen. Belangrijkste proponent was Gustav Klimt.
Toeristische attracties
Ten zuidoosten van de stad ligt het Prater amusementspark, beroemd voor haar in 1897 gebouwde reuzenrad. Districten
De stad is verdeeld in 23 districten (Bezirke), die zowel een naam als een nummer dragen:
I Innere Stadt II Leopoldstadt IIILandtsraße IV Wieden V Margareten VI Mariahilf VIINeubau VIII Josefstadt IX Alsergrund X Favoriten XI Simmering XIIMeidling XIII Hietzing XIVPenzing XV Rudolfsheim-Fünfhaus XVIOttakring XVII Hernals XVIII Währing XIXDöbling XX Brigittenau XXIFloridsdorf XXII Donaustadt XXIII Liesing
Alle straatnaambordjes in Wenen dragen ook het nummer van het stadsdistrict. Diversen
Nog een aantal personen en zaken waarom Wenen bekend staat: - Sigmund Freud woonde en werkte er
- Ludwig Wittgenstein filosoof
- De Lippizaner paarden
- Het jongenskoor de Wiener Sängerknaben
- Culinair: Wienerschnitzel, Sachertorte
Externe links