Een wierde is een kunstmatige heuvel, opgeworpen om bij hoogwater een droge plek te hebben. De naam komt vooral voor in Groningen. In Friesland wordt het terp genoemd en in Noord-Duitsland heet zo'n heuvel Warft. Het woord is verwant aan werkwoord "werpen"; een opgeworpen heuvel dus. Wierden werden niet alleen gemaakt om door mensen te worden bewoond, maar ook om het vee te beschermen en om er soorten geriefhout, dat slecht tegen natte grond kan, op te laten groeien.
De wierden werden opgeworpen op toch al hoge plekken. Vandaar dat ze vaak op een rij (zandrug) liggen. Een mooi voorbeeld is de uitloper van de Hondsrug: Adorp, Sauwerd, Winsum, Baflo, Rasquert, Warffum, Usquert, met daartussen allerlei kleinere wierden.
Warffum is qua omvang de grootste wierde van Nederland, Hogebeintum de hoogste (terp).
Afgeleiden van het woord wierde komen voor in plaatsnamen, bijvoorbeeld in de eerder genoemde: Sauwerd, Rasquert, Warffum (warfen = werfen = werpen) en Usquert. Dat een wierde in het verleden niet alleen in Groningen voorkomt, bewijst een naam als Woerden, de locale uitspraak van het woord.