Graaf Willem II (februari 1228 (?) - 28 januari 1256) heerste over Holland en Zeeland. Hij vormde een sterk bondgenootschap met Brabant tegen Vlaanderen. Willem II werd geboren als zoon van Floris IV en Aleid van Gelre. Op zevenjarige leeftijd volgde hij zijn vader op. Een broer van zijn vader, eveneens Willem geheten, werd regent. Toen deze bij een toernooi om het leven kwam, nam Otto, de bisschop van Utrecht (eveneens een broer van zijn vader) het regentschap over.
In navolging van Brabantse steden, gaf hij Delft (1246), Haarlem (1245), 's-Gravenzande (1246) en Alkmaar (1254) stadsrechten. Alleen 's-Gravenzande is later niet uitgegroeid tot een grote stad.
In 1247 verpandde hij Nijmegen aan de graaf van Gelre. Dit is een Gelderse stad gebleven omdat het pand nooit is ingelost.
Hij nam het besluit om zijn hoeve in 'Haga' om te bouwen tot een kasteel van waaruit hij efficiënt zijn gebieden kon besturen. Hiermee begon de functie van Den Haag als bestuurscentrum.
Omdat hij de paus in diens conflict met Friedrich II militair steunde, kroonde deze hem als dank in 1248 te Aken tot Heilig Roomse koning. Pas in 1252 werd hij echter, vooral dankzij zijn huwelijk met de Welfische Elizabeth van Brunswijk, door de vorsten van zijn rijk als heerser geaccepteerd.
Gedurende zijn bewind voerde hij verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens een van de tochten tegen deze Friezen zakte hij bij Hoogwoud door het ijs en werd in machteloze positie door hen gevonden en gedood. Pas in 1282 wist zijn zoon, Floris V, zijn stoffelijk overschot terug te vinden. Hij werd toen begraven in de Kloosterkerk in Middelburg.